Open normen in het Europees consumentenrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/4.6.6:4.6.6 Conclusie
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/4.6.6
4.6.6 Conclusie
Documentgegevens:
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS494774:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
236. In de schaarse gevallen waarin procedurele omstandigheden bij de toetsing worden meegewogen, gaat het zelden om omstandigheden rond de contractssluiting maar meestal om objectieve omstandigheden als de duidelijkheid van bedingen, hun plaatsing in het contract, de naleving van vormvoorschriften en in het contract voorziene procedurele waarborgen. Deze omstandigheden geven soms de doorslag, zowel voor wat betreft de eerlijkheid als de oneerlijkheid van het beding (hypothese 2a', 2b en 3a). De rechter bedient zich van art. L.133-2 C.conso. (art. 5 richtlijn) en van een 'procedurele' uitleg van het verstoringscriterium: een onduidelijk beding wordt als oneerlijk aangemerkt omdat het de consument misleidt over zijn rechtspositie. In de praktijk krijgt hypothese 1 veruit de meeste steun. In het licht van de tabel uit par. 2.5.6 heeft de Franse rechter een 'exclusieve' opvatting van de toets.