NJB 2025/2240:Partneralimentatie. Draagkracht. Directeur-grootaandeelhouder. Een getrouwde man exploiteert een onderneming in een BV. De aandelen in de BV maken deel uit van de huwelijksgemeenschap. Na echtscheiding worden de aandelen van de vrouw toegedeeld aan de man tegen vergoeding van de helft van de waarde. De man betaalt een daarvoor berekend bedrag. In dit geding vordert de vrouw partneralimentatie. Hoe moet bij het vaststellen van de draagkracht van de man rekening worden gehouden met het bedrag dat hij heeft betaald? Hoge Raad: 1. Geen dubbeltelling. De omstandigheid dat het betaalde bedrag is bepaald aan de hand van de contante waarde van de toekomstige kasstromen, is geen reden om bij de vaststelling van de draagkracht van de man de winstcapaciteit die aan de helft van de aandelen kan worden toegerekend buiten beschouwing te laten. 2. Inkomsten die een alimentatieplichtige directeur-grootaandeelhouder zich kan verwerven. Ter beantwoording van de vraag wat ‘zich in redelijkheid kan verwerven’ in het concrete geval betekent, kan de rechter acht slaan op de omstandigheid dat een onevenwichtigheid kan ontstaan als voor de vaststelling van de draagkracht een ander ondernemingsbeloningsbedrag wordt gehanteerd dan voor de waardering van de aandelen. In hoeverre dit gezichtspunt gewicht in de schaal legt, is afhankelijk van verschillende factoren.