AB 2025/88
Berekening kosten bij naheffing parkeerbelasting is geen criminal charge. Evenredigheidsbeginsel biedt geen ruimere toetsingsmogelijkheid voor menselijke maat.
HR 25-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1535, m.nt. R. Ortlep
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. J.A.R. van Eijsden, M.W.C. Feteris, J. Wortel, M.T. Boerlage, A.E.H. van der Voort Maarschalk
- Zaaknummer
23/04840
- Noot
R. Ortlep
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD1145:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Belastingen van lagere overheden / Gemeentelijke belastingen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Aanslag
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1535, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:710, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑06‑2024
- Wetingang
Essentie
Berekening kosten bij naheffing parkeerbelasting is geen criminal charge. Evenredigheidsbeginsel biedt geen ruimere toetsingsmogelijkheid voor menselijke maat.
Samenvatting
Zoals de Hoge Raad heeft geoordeeld in het arrest van 18 oktober 1995 is het in rekening brengen van kosten bij de naheffing van parkeerbelasting als bedoeld in (thans) artikel 234, lid 5, van de Gemeentewet bedoeld om de aan het opleggen van de naheffingsaanslag verbonden kosten door te berekenen aan de belastingplichtige. Verder heeft de Hoge Raad in dat arrest overwogen dat de hoogte van het als kosten in rekening gebrachte bedrag niet van dien ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.