De huwelijksgemeenschap en verkrijgingen krachtens erfrechtelijke titel en gift
Einde inhoudsopgave
De huwelijksgemeenschap en verkrijgingen krachtens erfrechtelijke titel en gift (R&P nr. PFR10) 2024/10.3.3.2:3.3.2 Overboekingen ten laste van een bankrekening die krachtens erfrecht is verkregen
De huwelijksgemeenschap en verkrijgingen krachtens erfrechtelijke titel en gift (R&P nr. PFR10) 2024/10.3.3.2
3.3.2 Overboekingen ten laste van een bankrekening die krachtens erfrecht is verkregen
Documentgegevens:
Mr. T.M. Subelack, datum 02-01-2024
- Datum
02-01-2024
- Auteur
Mr. T.M. Subelack
- JCDI
JCDI:ADS948073:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie paragraaf 3.4 hierna.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
627. In de vorige paragraaf is ingegaan op de gevolgen voor de omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen wanneer middels een girale betaling een privévordering tot betaling van een geldsom wordt voldaan. In deze paragraaf gaat het om die gevallen waarin een echtgenoot krachtens erfrecht gerechtigd is geworden tot het saldo van een (privé)bankrekening, en er vervolgens ten laste van die bankrekening overboekingen plaatsvinden naar een andere bankrekening (mede) op zijn naam, waarvan het saldo tot de huwelijksgemeenschap behoort. Daarbij zij opgemerkt dat als ten laste van het saldo van eerstgenoemde privébankrekening schulden worden voldaan, relevant is wat voor soort schulden het betreft. Betreft het gemeenschapsschulden, dan zal op grond van artikel 1:96 lid 4 BW een vergoedingsrecht van de betreffende echtgenoot in privé op de huwelijksgemeenschap ontstaan. Daar gaat deze paragraaf echter niet over. In deze paragraaf gaat het louter om overboekingen van de ene (privé)bankrekening naar de ander en de vraag welke gevolgen dit voor de werking van boedelmenging heeft. Daaronder valt óók de situatie waarin één of meer bankrekeningen tot een gemeenschappelijke nalatenschap behoren, die vervolgens aldus tussen de erfgenamen worden verdeeld dat het saldo in (on)gelijke delen wordt overgeboekt naar een bankrekening van ieder van de erfgenamen, waarna de oorspronkelijke bankrekening van erflater wordt opgeheven. Ook in deze situatie kan de vraag opkomen wat dergelijke overboekingen voor gevolgen hebben voor de omvang van de wettelijke huwelijksgemeenschap waarin de betreffende deelgenoten zijn gehuwd.
628. In paragraaf 2.2.2 is betoogd dat de overboeking van een geldbedrag van de ene bankrekening naar een andere bankrekening van dezelfde rekeninghouder als ‘schuldvernieuwing’ kwalificeert. De rekeninghouder geeft aan de bank de opdracht om ten laste van het saldo van de ene bankrekening het saldo van een van zijn andere bankrekeningen te crediteren. Daardoor doet hij afstand van een deel van de vordering die hij uit hoofde van het creditsaldo van de ene bankrekening heeft, in direct verband waarmee hij een nieuwe vordering verkrijgt door creditering van een van zijn andere bankrekeningen. Dat kan zowel een bankrekening bij dezelfde bank zijn, als een bankrekening bij een andere bank. In beide gevallen gaat de ene vordering op de bank geheel of gedeeltelijk teniet, in direct verband waarmee een andere vordering wordt verkregen. Deze nieuwe vordering wordt in de rekening-courant van de gecrediteerde bankrekening geboekt. Ook hier geldt dat deze als zelfstandige vordering in het saldo van de bankrekening-courant blijft bestaan, tenzij op het moment van de boeking direct verrekening plaatsvindt omdat het saldo vóór de creditering een debetstand vertoonde. Oók bij een overboeking van de ene bankrekening naar de andere bankrekening ten name van dezelfde rekeninghouder geldt dus dat een vordering geheel of gedeeltelijk tenietgaat, in direct verband waarmee een andere vordering wordt verkregen. Als het creditsaldo van de bankrekening ten laste waarvan de overboeking plaatsvond tot het privévermogen van een echtgenoot behoorde, gaat door deze overboeking dus een privévordering teniet, in direct verband waarmee een andere vordering wordt verkregen. Ook hier geldt dat deze nieuwe vordering vervolgens op grond van artikel 1:94 lid 4 BW/artikel 1:94 lid 6 oud BW buiten de huwelijksgemeenschap valt waarin de betreffende echtgenoot is gehuwd. Dat betekent dat vanaf dat moment het saldo van de gecrediteerde bankrekening deels wel en deels niet in de huwelijksgemeenschap zal vallen, tenzij de vordering die door de creditering is ontstaan direct door verrekening teniet is gegaan (in welk geval dan wel een vergoedingsrecht jegens de huwelijksgemeenschap ontstaat, zie daarover paragraaf 3.4 hierna).
629. Voor een overboeking van de ene naar de andere bankrekening van dezelfde echtgenoot geldt dus precies hetzelfde als hetgeen voor de girale betaling van een privévordering geldt. In beide gevallen kwalificeert de betaling of overboeking als een ‘inning van een privévordering’ in de zin van artikel 1:94 lid 4 BW/artikel 1:94 lid 6 oud BW, zodat hetgeen door die inning in de plaats van de privévordering treedt op grond van zaaksvervanging buiten de huwelijksgemeenschap valt. Net zoals bij een girale betaling maakt het daarbij ook bij de overboeking van de ene naar een andere bankrekening niet uit of het een overboeking betreft naar een bankrekening uitsluitend op naam van de betreffende echtgenoot, of een overboeking naar een en/of-bankrekening ten name van de beide echtgenoten. In beide gevallen zal de vordering die door creditering van de bankrekening ontstaat krachtens zaaksvervanging buiten de huwelijksgemeenschap vallen. Vindt de overboeking evenwel plaats naar een bankrekening uitsluitend ten name van de andere echtgenoot, dan kan géén zaaksvervanging plaatsvinden. Verwezen wordt naar hetgeen daar in de randnummers 624 en 625 reeds over is opgemerkt. In dat geval is er dus wel privégeld in de huwelijksgemeenschap gevloeid, en zal er een vergoedingsrecht van de betreffende echtgenoot op de huwelijksgemeenschap ontstaan.1