Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/8.2.2.1.1:8.2.2.1.1 Aftrek voor zover gebruik voor bedrijfsdoeleinden
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/8.2.2.1.1
8.2.2.1.1 Aftrek voor zover gebruik voor bedrijfsdoeleinden
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291274:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Toelichting op art. 9 lid 1 Voorstel voor een tweede richtlijn, p. 15.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In art. 9 lid 1 Voorstel voor een tweede richtlijn stelde de Europese Commissie voor dat de belastingplichtige ‘de btw op de afgenomen goederen en diensten in aftrek mag brengen voor zover hij deze goederen en diensten voor bedrijfsdoeleinden gebruikt’. In de toelichting hierop wordt het volgende opgemerkt:
“Volgens de beginselen van de belasting over de toegevoegde waarde dient elke cumulatie van belasting te worden voorkomen opdat aldus een zo groot mogelijke concurrentieneutraliteit wordt verkregen. Op deze grond dient het regime voor de aftrek van de op de vorige fase [van de productie- en distributieketen; MvdW] drukkende belasting zo ruim mogelijk te zijn, behoudens bepaalde vast te stellen beperkingen ter voorkoming van eventuele misbruiken.”1
Uit de vergaderstukken inzake de totstandkoming van de Tweede Richtlijn volgt dat geen enkele lidstaat bezwaar had tegen deze aftrekregel. Deze aftrekregel is daarom door de lidstaten omarmd en – met een wijziging van terminologische aard – opgenomen in art. 11 lid 1 Tweede Richtlijn.