De grenzen van het recht op nakoming
Einde inhoudsopgave
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/7.3.5.5:7.3.5.5 Conclusie
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/7.3.5.5
7.3.5.5 Conclusie
Documentgegevens:
mr. D. Haas, datum 02-12-2008
- Datum
02-12-2008
- Auteur
mr. D. Haas
- JCDI
JCDI:ADS379999:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als nakoming tijdelijk onmogelijk is, dient voor het ontstaan van een recht op vervangende schadevergoeding en ontbinding het verzuim in beginsel door een ingebrekestelling in te treden. Anders dan bij een vordering tot vergoeding van vertragingsschade zou een schuldeiser, die vervangende schadevergoeding vordert, niet mogen volstaan met het sturen van een afgeslankte ingebrekestelling. Als echter op voorhand duidelijk is dat bij tijdelijke onmogelijkheid een ingebrekestelling zinloos is, zal de schuldeiser met succes vervangende schadevergoeding of ontbinding kunnen vorderen zonder de schuldenaar in gebreke te hebben gesteld. Of in dit geval een ingebrekestelling achterwege kan worden gelaten, is afhankelijk van de relevante omstandigheden van het geval.