Informatierechten van aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/7.4.1:7.4.1 Inleiding
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/7.4.1
7.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS971900:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Assink/Slagter 2013, p. 702.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien is vastgesteld dat de aandeelhouder een redelijk belang heeft bij toegang tot informatie, dient dat belang te worden afgewogen tegen het belang van de vennootschap bij geheimhouding van die informatie. Als gezegd, geldt als uitgangspunt dat de aandeelhouder geen toegang heeft tot informatie van de vennootschap. Een eventueel informatierecht van de aandeelhouder vindt zijn ondergrens immers daar waar het redelijke belang van de aandeelhouder rechtvaardigt dat het geheimhoudingsrecht van de vennootschap wijkt.
Hieruit volgt dat tussen het vennootschapsbelang en het aandeelhoudersbelang in abstracto een rangorde bestaat, waarbij het vennootschapsbelang in het algemeen voorgaat. Het aandeelhoudersbelang zal derhalve van voldoende gewicht moeten zijn om een uitzondering op dit uitgangspunt te (kunnen) rechtvaardigen.1 Hoe zwaar dit belang dient te wegen, hangt af van de hoogte van de drempel die moet worden gehaald om tot een informatierecht te komen. Daarbij speelt ook het (relatieve) belang van de vennootschap bij geheimhouding van de relevante informatie een rol. Dit vergt een zeer casuïstische, feitelijke vaststelling. Een algemeen antwoord valt daardoor niet goed te geven; wel kunnen de hierna te formuleren gezichtspunten richting geven bij deze vaststelling. De toepassing van deze gezichtspunten leiden tot een zeer genuanceerde benadering van het informatierecht van aandeelhouders en andere kapitaalverschaffers.