Einde inhoudsopgave
Het EVRM en het materiële omgevingsrecht (SteR nr. 22) 2015/10.4.1
10.4.1 Inleiding
D.G.J. Sanderink, datum 01-03-2015
- Datum
01-03-2015
- Auteur
D.G.J. Sanderink
- JCDI
JCDI:ADS448763:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Omgevingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Voetnoten
Voetnoten
De toekomstige Omgevingswet kent een vergelijkbaar bouwverbod (zie art. 5.1 lid 1 aanhef en onder a van het wetsvoorstel Omgevingswet (Kamerstukken II 2013/14, 33 962, nr. 2)).
Voor bepaalde bouwactiviteiten geldt dit bouwverbod overigens niet op grond van art. 2.1 lid 3 Wabo i.c.m. art. 2.3 Bor en Bijlage II bij het Bor. Verder moet en mag slechts een uitzondering op dit verbod worden gemaakt middels een omgevingsvergunning, indien aan de voorwaarden van art. 2.10 Wabo is voldaan. Indien aan die voorwaarden is voldaan, wordt het verbod dus op aanvraag opgeheven. Die voorwaarden houden onder meer in dat het bouwwerk niet in strijd mag zijn met het Bouwbesluit 2012, het toepasselijke bestemmingsplan of de redelijke eisen van welstand zoals deze door de gemeenteraad zijn neergelegd in de toepasselijke welstandsnota als bedoeld in art. 12a lid 1 Woningwet. Uiteindelijk is het vaak een van deze voorwaarden die ervoor zorgt dat het bouwverbod blijft gelden en die dus aan een bouwactiviteit in de weg staat.
De toekomstige Omgevingswet kent een vergelijkbaar bouwverbod (zie art. 5.1 lid 1 aanhef en onder c van het wetsvoorstel Omgevingswet (Kamerstukken II 2013/14, 33 962, nr. 2)).
In paragraaf 10.3 is gebleken dat de overheid met regelmaat beperkingen aan het gebruik van eigendommen stelt, als dat gebruik belastend (nadelig) is voor de omgeving. Een van de specifieke vormen van beperkingen van het gebruik van eigendommen is het bouwverbod. Het bouwverbod komt veelvuldig voor. Bouwverboden worden niet alleen ingesteld ter bescherming van de natuur en het milieu, maar ook meer in algemene zin ter bevordering van een goede ruimtelijke ordening en ter bescherming van (cultuur)historisch erfgoed. Het belangrijkste bouwverbod in de Nederlandse regelgeving ligt in artikel 2.1 lid 1 aanhef en onder a Wabo besloten.1 Op grond van deze bepaling is het verboden om zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te bouwen.2 Een andere bepaling waarin een bouwverbod besloten ligt is artikel 2.1 lid 1 aanhef en onder f Wabo.3 Deze wetsbepaling verbiedt onder meer het verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een (op grond van de Monumentenwet 1988 aangewezen) monument. Daaronder valt ook het verbouwen van een monument.4 In deze paragraaf komt de vraag aan de orde in hoeverre artikel 1ep ter verzekering van een ‘fair balance’ tussen het algemeen belang en het eigendomsbelang eist dat de overheid schadevergoeding aanbiedt voor bouwbeperkingen ten aanzien van eigendommen.