FED 2025/100
APV-regeling is op stelselniveau niet strijdig met artikel 1 EP EVRM jo. 14 EVRM.
HR 26-09-2025, ECLI:NL:HR:2025:1389, m.nt. prof. dr. A.E. de Leeuw
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 september 2025
- Magistraten
Mrs. Van Eijsden, Feteris, Boerlage, Van der Voort Maarschalk, Van Roij
- Zaaknummer
24/02647
- Noot
prof. dr. A.E. de Leeuw
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD33672:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Inkomstenbelasting / Vermogensrendementsheffing (box 3)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑09‑2025
ECLI:NL:HR:2025:1389, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑09‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:303, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑03‑2025
- Wetingang
Art. 2.14a Wet IB 2001; art. 1 Protocol 1 EVRM; art. 14 EVRM
Essentie
APV-regeling is op stelselniveau niet strijdig met artikel 1 EP EVRM jo. 14 EVRM.
Samenvatting
Belanghebbende is betrokken bij een in 1907 opgerichte familiestichting, die door een broer van de grootvader van wijlen haar echtgenoot is opgericht en destijds tot diens enige erfgenaam benoemd. Het doel van de stichting bestaat (mede) uit het doen van uitkeringen aan behoeftige familieleden van de oprichter en het bestrijden van o.a. gehoorstoornissen. De inspecteur heeft het standpunt ingenomen dat de stichting kwalificeert als een afgezonderd particulier vermogen als bedoeld in artikel 2.14a Wet IB 2001 en het geschil ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.