NJB 2025/1120
Pseudo-dienstverlening, art. 126i Sv: hiervan is sprake bij het door een opsporingsambtenaar aan een verdachte verlenen van een dienst. In de regel gaat het daarbij om een gedraging van een opsporingsambtenaar waarmee het begaan van een strafbaar feit wordt gefaciliteerd. Daarbij is een onderscheid met de stelselmatige inwinning van informatie, als bedoeld in art. 126j Sv, erin gelegen dat bij die informatieinwinning niet wordt deelgenomen aan het plegen of beramen van strafbare feiten. In casu kon het hof oordelen dat het optreden van de opsporingsambtenaar, dat in de kern niet meer dan passief optreden als tussenpersoon inhield, niet kan worden aangemerkt als pseudo-dienstverlening in de zin van art. 126i Sv. De enkele omstandigheid dat de politie in het kader van de inzet van de opsporingsambtenaren zelf de term ‘pseudodienstverleningstraject’ heeft gebruikt, was geen beletsel voor het hof om tot een eigen waardering en kwalificatie van het optreden van de opsporingsambtenaren te komen. CAG: anders. Voorts kon het hof oordelen dat, voordat het bevel was afgegeven, het optreden kon worden gebaseerd op art. 3 Politiewet nu bij de werkwijze slechts een beperkte inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte.
HR 27-05-2025, ECLI:NL:HR:2025:819
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 mei 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
23/04121
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:819, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑05‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:108, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑01‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑09‑2024
- Wetingang
(art. 126i Sv)
Essentie
Pseudo-dienstverlening, art. 126i Sv: hiervan is sprake bij het door een opsporingsambtenaar aan een verdachte verlenen van een dienst. In de regel gaat het daarbij om een gedraging van een opsporingsambtenaar waarmee het begaan van een strafbaar feit wordt gefaciliteerd. Daarbij is een onderscheid met de stelselmatige inwinning van informatie, als bedoeld in art. 126j Sv, erin gelegen dat bij die informatieinwinning niet wordt deelgenomen aan het plegen of beramen van strafbare feiten. In casu kon het hof oordelen dat het optreden van de opsporingsambtenaar, dat in de kern niet meer dan passief optreden als ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.