De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/6.4:6.4 Samenloop van groenkaart- en 4e richtlijnschadegevallen
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/6.4
6.4 Samenloop van groenkaart- en 4e richtlijnschadegevallen
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS400658:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tot besluit van het deel van dit hoofdstuk dat is gewijd aan de relaties tussen de Bureaus, de schadevergoedingsorganen en de waarborgfondsen in de fase van het verhaal na de afwikkeling van het schadegeval met de benadeelde dienen enige woorden te worden gewijd aan de mogelijkheid dat het schadegeval een samenloop oplevert van de regels die het groenekaartstelsel beheersen en die uit hoofde van de 4e Richtlijn.
Gedacht kan worden aan ongevallen met gedeelde aansprakelijkheid van beide betrokkenen, waarbij zij elkaar over en weer aansprakelijk stellen, de bezoeker langs de weg van de schaderegelaar, de 'lokale' motorrijtuigbestuurder door het Bureau van zijn eigen land aan te spreken.
Van samenloop in deze zin is ook sprake als:
het ongeval zich voordoet in een andere lidstaat dan die van woonplaats van de benadeelde;
is veroorzaakt door een motorrijtuig dat niet gewoonlijk gestald en verzekerd is in de lidstaat van woonplaats van benadeelde;
en niet gewoonlijk gestald en verzekerd is in de lidstaat van het ongeval.
Als voorbeeld denke men zich het ongeval in België in, waarbij een Nederlander gewond raakt en waarvoor een Duitse automobilist aansprakelijk wordt gehouden.
Dergelijke samenloop kan zich ook voordoen als het ongeval in een niet-lidstaat, aangesloten bij het groenekaartstelsel plaatsvindt en de aansprakelijke voor schade in dat land verzekerd is. In het voorbeeld kunnen wij België vervangen door Marokko.
Dergelijke samenloop leidt ertoe dat zowel de schaderegelaar - en als aan de voorwaarden is voldaan - het schadevergoedingsorgaan van de lidstaat van zijn woonplaats als het Bureau van de lidstaat van het ongeval kan worden aangesproken.
In het hiervoor gegeven voorbeeld kan de Nederlander zich wenden tot de schaderegelaar van de Duitse verzekeraar in Nederland en - als deze niet is aangesteld, als deze niet binnen drie maanden met redenen omkleed reageert, dan wel als het voertuig niet verzekerd blijkt te zijn heeft hij toegang tot het Nederlandse schadevergoedingsorgaan. Hij kan er echter ook voor opteren het Belgische Bureau aan te spreken. In alle gevallen zal het Belgische recht de aansprakelijkheidsvraag en de omvang van de schadevergoeding beheersen, omdat zowel Nederland als België zijn aangesloten bij het Haags Verkeersongevallenverdrag. Het Nederlandse schadevergoedingsorgaan zal zich - als de aansprakelijke verzekerd is - in eerste instantie wenden tot de verzekeraar en het Duitse schadevergoedingsorgaan. Het Belgische Bureau zal zich eveneens wenden tot de Duitse verzekeraar na van het Duitse Bureau te hebben vernomen welke dat is. Is de Duitse auto onverzekerd, dan zal het Nederlandse schadevergoedingsorgaan zich om inlichtingen wenden tot het Duitse waarborgfonds; het Belgische Bureau wendt zich tot het Duitse Bureau. In deze situaties bestaat het risico dat hetzelfde schadegeval op meer plaatsen wordt behandeld en dat in hetzelfde feitencomplex verschillende standpunten worden ingenomen.
Om de kans daarop zo klein mogelijk te houden verplicht de Overeenkomst van 29 april 2002 tussen de schadevergoedingsorganen en de waarborgfondsen de schadevergoedingsorganen ertoe, in gevallen waarin van de hier bedoelde samenloop sprake is, niet alleen de verzekeraar en het schadevergoedingsorgaan, dan wel het waarborgfonds van de lidstaat van vestiging van de verzekeraar, respectievelijk waar het aansprakelijke maar onverzekerde voertuig gewoonlijk is gestald, van het verzoek om schadevergoeding op de hoogte te brengen, maar ook het Bureau van het land van het ongeval.
Het recht van de benadeelde om langs twee wegen te trachten schadevergoeding te verkrijgen blijft vanzelfsprekend onaangetast, maar op deze wijze wordt naar vermogen voorkomen dat de aangesproken partijen, onwetend van elkaars standpunt, tegenstrijdige posities innemen en eveneens wordt aldus naar vermogen voorkomen dat benadeelde tweemaal schadeloos wordt gesteld.