Gewogen rechtsmacht in het IPR
Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/3.1:3.1 Inleiding
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/3.1
3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS434201:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk volgt een bespreking van de sinds 1 januari 2002 geldende regeling inzake de commune rechtsmacht van de Nederlandse rechter in art. 1-14 Rv en de plaats die het forum non conveniens hierin inneemt. In verhouding tot het vóór 1 januari 2002 geldende commune bevoegdheidsrecht is de nieuwe regeling op een aantal punten ingrijpend gewijzigd. Waar de Nederlandse rechter, en in het bijzonder de rechter te ' s-Gravenhage tot 1 januari 2002 in internationale verzoekschriftprocedures in beginsel altijd rechtsmacht had (art. 429c Rv oud), is dat thans niet langer het geval. Dit heeft ook gevolgen gehad voor de positie van het forum non conveniens. Het forum non conveniens is van een algemene, voor alle verzoekschriftprocedures geldende regel teruggebracht tot een die slechts toepasselijk is op het in art. 4 lid 3 sub b Rv genoemde geval, te weten het nevenverzoek tot gezag en omgang betreffende kinderen in het kader van echtscheidingsprocedures. De beperking van het toepassingsgebied van de forum non conveniens-correctie roept tal van vragen op. Zo rijzen de volgende vragen. Waarom is de algemene forum non conveniens-regel voor verzoek-schriftprocedures komen te vervallen? Is dit te rechtvaardigen in het licht van de bevoegdheidsgronden die in de nieuwe rechtsmachtregeling zijn opgenomen? Is de commune regeling geschoond van exorbitante fora, zodanig dat een forum non conveniens-regel overbodig is? Maar waarom en met welk doel is dan het forum non conveniens gehandhaafd voor het nevenverzoek tot gezag en omgang? Hoe moet dit in art. 4 lid 3 sub b Rv gehandhaafde forum non conveniens-begrip worden uitgelegd? Kan hiervoor worden aangesloten bij de onder art. 429c Rv oud gevormde rechtspraak? Deze vragen worden later in dit hoofdstuk aan de orde gesteld. Allereerst wordt aandacht besteed aan een aantal uitgangspunten die onder de nieuwe rechtsmachtregeling gelden alsmede aan de belangrijkste vernieuwingen die de regeling inzake de commune rechtsmacht voor de Nederlandse rechter heeft gebracht.