Einde inhoudsopgave
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/5.2.2.1
5.2.2.1 Stilzwijgende verlenging van de overeenkomst: art. 6:236 sub j BW
mr. L.A.R. Siemerink, datum 13-03-2007
- Datum
13-03-2007
- Auteur
mr. L.A.R. Siemerink
- JCDI
JCDI:ADS385627:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie Loos 1998.
Er ligt een (initiatief)wetsvoorstel bij de Tweede Kamer - Kamerstukken II 2005/2006, 30 520, nr. 1-3 - waarin wordt beoogd art. 6:236 sub j BW zodanig te wijzigen dat stilzwijgende verlenging, met meer dan drie maanden, van een overeenkomst ontoelaatbaar is, tenzij de overeenkomst wordt omgezet in een overeenkomst voor onbepaalde tijd die door de wederpartij opgezegd kan worden met een opzegtermijn van een maand. Stilzwijgende verlenging van isP-overeenkomsten wordt hierdoor beperkt.
Zie bijlage paragraaf 5.1 'Algemene bedingen' onderdeel C. Duur en beëindiging. Zie ook paragraaf 5.2.2.3 'Contractsduur: art. 6:237 sub k BW'.
Zie echter paragraaf 5.2.2.4 'Opzegtermijn: art. 6:237 sub 1 BW'.
Art. 6:236 sub j BW beoogt continuatiebedingen in een tweetal soorten overeenkomsten te treffen. Ten eerste de overeenkomst tot het geregeld afleveren van zaken. Bijvoorbeeld abonnementen op kranten en tijdschriften en de levering van gas en water door openbare nutsbedrijven. De leverantie van elektriciteit is afzonderlijk in art. 6:236 sub j BW opgenomen, omdat dit geen zaak betreft in de zin van art. 3:1 en 3:2 BW.1 Ten tweede de overeenkomst tot het geregeld doen van verrichtingen, bijvoorbeeld cursus- en lesovereenkomsten. Ter toelichting verwijst de MvT ook naar art. 7:400 BW. Het geregeld doen van verrichtingen kan worden opgevat als het geregeld verrichten van werkzaamheden. De 5P-overeenkomst valt onder de tweede soort omdat het een overeenkomst is tot het geregeld doen van verrichtingen. Kort gezegd verbiedt art. 6:236 sub j BW dat voor deze overeenkomsten een stilzwijgende verlenging of vernieuwing voor langer dan een jaar plaatsvindt.2 De consument dient te worden beschermd tegen overeenkomsten met een onredelijk lange duur. Een ISP-overeenkomst pleegt te worden gesloten voor de duur van een jaar en na afloop van een jaar telkens stilzwijgend te worden verlengd, tenzij een der partijen voor het einde van dat jaar heeft opgezegd.3 In geen van de bedingen die ik ben tegengekomen bij de onderzochte ISP's is bepaald dat de ISP-overeenkomst stilzwijgend wordt verlengd voor langer dan een jaar. De bedingen zijn daarom niet onredelijk bezwarend op grond van art. 6:236 sub j Bw.4