RFR 2025/68
Huwelijksvermogensrecht. Halveren de door ongelijke inbreng in een voorhuwelijkse gemeenschappelijke woning ontstane vorderingen, doordat partijen daarna met elkaar in de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen zijn gehuwd?
HR 21-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:436
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 maart 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/02046
- Conclusie
A-G mr. F. Ibili
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD13793:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:436, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1393, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 20‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑06‑2024
- Wetingang
Essentie
Huwelijksvermogensrecht. Voorhuwelijkse regresvorderingen.
Halveren de door ongelijke inbreng in een voorhuwelijkse gemeenschappelijke woning ontstane vorderingen, doordat partijen daarna met elkaar in de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen zijn gehuwd?
Samenvatting
De man en de vrouw hebben een affectieve relatie met elkaar gehad en hebben samengewoond zonder samenlevingsovereenkomst. In 2017 hebben zij samen een woning gekocht, die aan hen beiden is geleverd. Zij zijn ieder voor de helft eigenaar van de woning. In 2018 zijn zij met elkaar in het huwelijk getreden zonder huwelijkse voorwaarden, zodat tussen hen de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen van toepassing is. In 2021 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.