Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/11.6.1
11.6.1 Inleiding en enkele definitiekwesties
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491644:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie over dit onderwerp ook bijvoorbeeld Simonis & Van der Velden in: Simonis e.a. 2019, onderdeel 14.4. Vgl. ook Boulogne & Brandsma, onderdeel 5.1.2, p. 119-121.
In Nederland geldt de incorporatieleer, zodat wordt aangesloten bij het recht van het land waar een rechtspersoon is opgericht en waar de statutaire zetel is gevestigd. Zie hierover onderdeel 2.10.
Vgl. ook Simonis & Van der Velden in: Simonis e.a. 2019, hoofdstuk 10, p. 171.
De buitenlandse onderneming (vi) verhuist slechts tussen de in Nederland gevestigde splitsingspartners. Deze splitsingspartners kunnen op gebruikelijke wijze een fiscaal gefaciliteerde splitsing tot stand brengen.
Zie onderdeel 11.6.5.
Zie onderdeel 10.2.
Zie onderdeel 2.10.
In de vorige onderdelen lag de nadruk op splitsingen waaraan rechtspersonen deelnemen die naar Nederlands recht zijn opgericht en in Nederland zijn gevestigd. In dit onderdeel wordt gefocust op grensoverschrijdende splitsingssituaties.1
Vanuit Nederlands civielrechtelijk oogpunt is sprake van een grensoverschrijdende splitsing (GOS) als aan die rechtshandeling ten minste één rechtspersoon deelneemt die niet wordt beheerst door Nederlands civiel recht.2 Vervolgens kan vanuit datzelfde perspectief de volgende tweedeling worden aangebracht:
Outbound GOS: de splitsende rechtspersoon wordt beheerst door Nederlands civiel recht en ten minste één verkrijgende rechtspersoon door buitenlands civiel recht.
Inbound GOS: de splitsende rechtspersoon wordt beheerst door buitenlands civiel recht en ten minste één verkrijgende rechtspersoon door Nederlands civiel recht.
Voor de heffing van vennootschapsbelasting is de fiscale vestigingsplaats van een rechtspersoon van groot belang. Dat geldt temeer voor de splitsingsregeling van art. 14a Wet VPB 1969 aangezien de vestigingsplaatsfictie van art. 2, lid 4, Wet VPB 1969 daarvoor is uitgeschakeld. Een lichaam dat wordt beheerst door Nederlands civiel recht omdat het volgens dat recht is opgericht, wordt voor de toepassing van art. 14a Wet VPB 1969 dus niet geacht in Nederland te zijn gevestigd. Naar het recht van welk land een lichaam civielrechtelijk wordt beheerst, is daarom minder relevant voor de fiscale splitsingsregeling. Dat brengt mij bij enkele belangrijke vaststellingen.3
Volgens het Nederlandse civiele recht kan sprake zijn van een puur nationale splitsing omdat alle aan die rechtshandeling deelnemende rechtspersonen naar Nederlands civiel recht zijn opgericht. Tegelijkertijd kan fiscaalrechtelijk sprake zijn van een grensoverschrijdende splitsingssituatie (hierna: fiscale GOS) omdat niet alle splitsingspartners hun fiscale vestigingsplaats in Nederland hebben. Het omgekeerde is ook mogelijk. In dat geval zijn alle aan de splitsing deelnemende rechtspersonen in Nederland gevestigd, terwijl het volgens het Nederlandse civiele recht gaat over een GOS omdat niet alle splitsingspartners worden beheerst door Nederlands civiel recht. Fiscaalrechtelijk leidt deze variant niet tot bijzonderheden. Daarom laat ik deze hierna buiten beschouwing. Denkbaar is ook dat volgens het Nederlandse civiele recht sprake is van een GOS, terwijl niet alle splitsingspartners fiscaal in Nederland zijn gevestigd. Er is dan ook sprake van een fiscale GOS. Het voorgaande laat zich vertalen in de volgende twee fiscale GOS-varianten die hierna in afzonderlijke onderdelen de revue passeren:
Fiscale outbound GOS: de splitser is in Nederland gevestigd terwijl minimaal één verkrijger buiten Nederland is gevestigd. Er kan civielrechtelijk sprake zijn van een GOS, maar dat hoeft niet.
Fiscale inbound GOS: de splitser is buiten Nederland gevestigd maar ten minste één verkrijger is in Nederland gevestigd. Volgens het civiele recht kan dit een GOS zijn, maar dat hoeft niet.
Naast deze twee fiscale GOS-varianten zijn andere splitsingssituaties mogelijk met een internationale fiscale component. Zo kan een buitenlandse onderneming (vi) in het kader van een splitsing overgaan tussen in Nederland gevestigde splitsingspartners. Deze variant is niet dermate bijzonder dat een aparte bespreking nodig is.4 Omgekeerd kan een Nederlandse onderneming (vi) in het kader van een splitsing overgaan tussen buiten Nederland gevestigde splitsingspartners. Deze variant komt verderop aan bod.5
Voordat ik de hiervóór geïnventariseerde varianten nader bespreek, sta ik kort stil bij de invloed van het (Nederlandse) civiele recht op het toepassingsbereik van de fiscale splitsingsregeling. Zoals in dit onderzoek al is behandeld, komt de splitsingsregeling van art. 14a Wet VPB 1969 – en daarmee ook de mogelijkheid tot fiscale facilitering – alleen in beeld als sprake is van een rechtsgeldige splitsing volgens het toepasselijke civiele recht.6 Hierna wordt dat telkens verondersteld. De mogelijkheden om een GOS tot stand te brengen, zijn de laatste jaren zijn verruimd.7 Daarom mag worden verwacht dat de hierna te bespreken varianten in de praktijk vaker zullen voorkomen.8