Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/4.5.2.3
4.5.2.3 Organisaties van openbaar belang
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Voetnoten
Voetnoten
TK 29658 nr. 7her', p. 22.
HdTK 1 februari 2005, p. 2860.
TK 29658 nr 42.
HdTK 28 juni 2005, p. 5773. Het hierboven behandelde art. 29 lid 1 bevat onder a wel de bepaling dat de vergoeding voor de wettelijke controle niet afhankelijk mag worden gesteld van aanvullende diensten. Deze bepaling verbiedt de combinatie van controle en advies echter niet. Zolang de vergoeding voor de controle niet aan de advieswerkzaamheden is gekoppeld, kunnen beide werkzaamheden worden uitgevoerd.
Andere regimeverzwaringen ten aanzien van organisaties van openbaar belang kunnen worden gevonden in het Bta. Zo dient een met verschillende waarborgen omklede kwaliteitsbeoordeling plaats te vinden van elke wettelijke controle die de accountantsorganisatie bij organisaties van algemeen belang uitvoert, alvorens de verklaring van deze controle wordt afgegeven (artt. 18 tot en met 21 Bta).
Besluit van 26 juli 2008, Stb. 2008, 323.
Het zware regime ten aanzien van de wettelijke controle wordt nog eens extra verzwaard voor wettelijke controles die worden uitgeoefend bij 'organisaties van openbaar belang' (art. 1 lid 1 onder 1 Wta). Art. 2 Wta omschrijft deze organisaties als:
"ondernemingen, instellingen of openbare lichamen (...) wier omvang of functie in het maatschappelijk verkeer van zodanige aard is dat een ondeugdelijk uitgevoerde wettelijke controle van de financiële verantwoording een aanmerkelijke invloed kan hebben op het vertrouwen in de publieke functie van de accountantsverklaring".
Hoewel bovenstaande omschrijving overheden geenszins uitsluit, zijn zij niet geïdentificeerd als organisaties van openbaar belang in de zin van de Wta. De Wta noemt expliciet:
in Nederland gevestigde rechtspersonen naar Nederlands recht waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt;
(centrale) kredietinstellingen met zetel in Nederland;
levensverzekeraars of schadeverzekeraars met zetel in Nederland;1
Daarnaast biedt art. 1 lid 1 onder 1 in combinatie met art 2 Wta de mogelijkheid ondernemingen, instellingen of openbare lichamen bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen als organisaties van openbaar belang, voor zover zij vallen onder de hierboven geciteerde omschrijving uit art. 2 Wta. In eerste instantie gaf de minister van Financiën in zijn Nota naar aanleiding van het verslag te kennen dat het voor de hand ligt (grotere) gemeenten aan te wijzen als organisatie van openbaar belang.2 Bij de mondelinge behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer krabbelde de minister enigszins terug. Onder druk van een Tweede Kamermeerderheid verklaarde de minister het aantal organisaties van openbaar belang beperkt te willen houden.3 Daardoor zijn gemeenten en provincies vooralsnog niet als zodanig aangewezen.
Als gemeenten zouden worden aangewezen als organisaties van openbaar belang, zou dat voor de accountantscontrole in ieder geval betekenen dat ook art. 21a, 22, 23, 24 en 24a Wta van toepassing worden op de accountantsorganisatie die de gemeentelijke jaarrekening controleert. Art. 22 Wta — en via dit artikel een groot gedeelte van het Bta —voorziet in aanvullende regels voor het stelsel van kwaliteitsbeheersing. Art. 23 sluit wettelijke controle door een accountantsorganisatie uit wanneer deze organisatie gedurende twee jaar voorafgaand aan de controle de fmanciële verantwoording waarop de controle betrekking heeft, heeft samengesteld, alsmede wanneer deze organisatie in de periode waarop de controle betrekking heeft (of gedurende de periode van controle) de fmanciële administratie heeft verzorgd. Deze verboden gelden voor de gehele accountantsorganisatie. Het is niet mogelijk de controletaak aan een andere accountant binnen dezelfde organisatie te geven. De gecontroleerde organisatie van openbaar belang zal dus voor de wettelijke controle een andere accountantsorganisatie in de arm moeten nemen. Bij de organisaties van openbaar belang introduceert de wetgever dus een zekere scheiding tussen de controlewerkzaamheden en bepaalde andere werkzaamheden van accountantsorganisaties. Tweede Kamerleden Vendrik en Kant hebben door middel van een door hen ingediend amendement onder verwijzing naar de aanbevelingen van de parlementaire enquêtecommissie-Bouwnijverheid nog getracht deze onverenigbaarheid van taken uit te breiden tot alle mogelijke adviestaken van accountants die belast zijn met de wettelijke controle van een organisatie van openbaar belang.4 Dit amendement kon niet rekenen op de steun van een meerderheid in de Tweede Kamer.5
Art. 24 Wta voorziet onder meer in een roulatiesysteem binnen de accountantsorganisaties. Dit artikel eist voor de wettelijke controle bij organisaties van openbaar belang dat de betrokken accountant die zeven aaneengesloten boekjaren de wettelijke controle bij dezelfde organisatie van openbaar belang heeft verricht, niet ook een achtste aaneengesloten jaar als controlerend accountant optreedt.6
De artikelen 21a en 24a Wta zien op de instelling van een "auditcomité" bij de organisatie van openbaar belang. De accountantsorganisatie die belast is met de wettelijke controle bij de betrokken organisatie is verplicht jaarlijks haar 'onafhankelijkheid te bevestigen' ten overstaan van dit comité en verschaft het comité een overzicht van de door de accountantsorganisatie aan de organisatie van openbaar belang verleende diensten naast de wettelijke controle van de jaarrekening. In een krachtens art. 21a Wta uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur zijn hieromtrent nadere regels gesteld.7