De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/5.1:5.1 Inleiding
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250260:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk onderzoek ik de temporele reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid. Dit betreft het antwoord op de vraag of, en zo ja in hoeverre, een moedermaatschappij op grond van de 403-verklaring (ook) aansprakelijk is voor schulden die voortvloeien uit een rechtshandeling die de 403-maatschappij heeft verricht voordat deze verklaring is gedeponeerd.
Van alle onderwerpen met betrekking tot de 403-verklaring heeft de temporele reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid waarschijnlijk de meeste aandacht gekregen in de literatuur. Dit heeft tot dusver echter nog niet tot consensus geleid. Ook in de – tot op heden uitsluitend lagere – jurisprudentie is verschillend geoordeeld over dit onderwerp.
Het ontbreken van een eensluidende uitleg van de temporele reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid leidt tot onduidelijkheid en rechtsonzekerheid. Dit is onwenselijk. Enerzijds is het voor de moedermaatschappij van belang om zekerheid te hebben voor welke schulden van de 403-maatschappij zij op grond van de 403-verklaring aansprakelijk is. Aan de andere kant moeten ook de crediteuren van de 403-maatschappij kunnen weten of zij zich al of niet op de moedermaatschappij kunnen verhalen.
Ik onderzoek vijf standpunten ten aanzien van de temporele reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid. Allereerst geef ik een overzicht van deze standpunten (§ 5.2). Vervolgens geef ik antwoord op de vraag of voor de beoordeling of een schuld van de 403-maatschappij onder de reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid valt, moet worden aangesloten bij het moment dat de 403-maatschappij de rechtshandeling heeft verricht waaruit de desbetreffende schuld is voortgevloeid, of bij het moment dat de schuld opeisbaar is geworden (§ 5.3). Voorts ga ik nader in op enkele standpunten waarbij ik per standpunt zoek naar aanknopingspunten in de jurisprudentie, parlementaire geschiedenis en Europese richtlijnen. Daarnaast behandel ik per standpunt de voor- en tegenargumenten en analyseer ik welk van de standpunten (het beste) aansluit bij het door mij bepleite uitgangspunt voor de compensatie van de crediteuren van een 403-maatschappij (§ 5.4 tot en met § 5.6).
In het verlengde van de discussie omtrent de temporele reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid ligt het vraagstuk voor welke schulden een moedermaatschappij aansprakelijk is nadat zij de 403-verklaring heeft ingetrokken.1 Dit onderwerp komt in hoofdstuk 8 aan de orde.2