Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/6.2.2.b.i
6.2.2.b.i De behandeling: de aan reciprociteit onderworpen rechtsregel
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS468829:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Let wel: een reciprociteitstoets is dus niet noodzakelijkerwijs een vreemdelingenrechtelijke rechtsfiguur (zo is de reciprociteitsvoorwaarde waaraan de erkenning van een vreemd vonnis is onderworpen, geen vreemdelingenrecht). Dit wordt wel eens uit het oog verloren. Terzijde: al vaker in deze studie kwam aan de orde dat in het internationale intellectuele-eigendomsrecht vreemdelingenrecht niet alleen op personen, maar ook op bijvoorbeeld werken betrekking kan hebben, zie par. 1.1.1.
793. Behandeling. Het eerste aspect betreft de behandeling, de rechtsregel(s) waar de reciprociteitstoets betrekking op heeft. Hier is sprake van een grote diversiteit. Reciprociteitstoetsen kunnen op uiteenlopende rechtsgebieden binnen het privaatrecht worden ingezet. Zo kwamen al voorbeelden aan de orde uit het erkenningsrecht (een vonnis uit een vreemde staat wordt alleen erkend indien nationale vonnissen in de desbetreffende vreemde staat worden erkend) en het procesrecht (cautio iudicatum solvi). Vaak gaat het evenwel om materieel recht — zo bepaalt artikel 7 lid 8 van de Berner Conventie bijvoorbeeld dat de beschermingsduur van een vreemd werk in beginsel niet langer is dan de in zijn eigen land vastgestelde duur. Wanneer de reciprociteitstoets de privaatrechtelijke rechtspositie van vreemdelingen (vreemde werken) ten opzichte van eigen onderdanen (eigen werken) vormgeeft, is sprake van een vreemdelingenrechtelijke rechtsfiguur.1