Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/9.2.3:9.2.3 Conclusie
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/9.2.3
9.2.3 Conclusie
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS305874:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
302.
Artikel 149 Rv ontneemt partijen niet een voldoende effectieve remedie om hun rechten te verwezenlijken. In beginsel geldt die conclusie evenzeer in zaken waarin rechtsgronden van EU-recht een rol spelen. In zijn Pénzügyi-arrest lijkt het HvJ EU met de instructieplicht die hij op de nationale rechters legt een uitzondering op dit beginsel te maken voor consumentenzaken. Maar is dat daadwerkelijk het geval? Het HvJ EU maakt in ieder geval duidelijk dat de rechter het niet alleen aan partijen kan laten om de voor de toepassing van de consumentenbeschermende bepalingen nodige feiten aan te voeren. Dit is in lijn met het eerdere Pannon-arrest. Er zal een vorm van onderzoek moeten plaatsvinden om te bepalen of de zaak valt onder de reikwijdte van een consumentenbeschermende EU-richtlijn.