Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/16.6
16.6 Ruimte voor partijafspraken
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS296799:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Van Achterberg 1994, p. 311; Kortmann, Rongen & Verhagen 2001, p. 843; van der Weijden 2007, p. 576; Asser/van Schaick 2018, para. 100. Anders (ten aanzien van art. 6:142 lid 2 BW): Biemans 2011, p. 369.
Zie voor dat laatste bijvoorbeeld Bergervoet 2014, p. 89. Volgens hem “kunnen de cedent en cessionaris bijvoorbeeld afspreken dat de nevenrechten volledig mee overgaan, of juist dat ze achterblijven bij de cedent.”
Zie ook Parlementaire Geschiedenis Boek 6, p. 526, waar de wetgever zegt dat de vraag of een vordering met zakelijke zekerheden, borgtocht, voorrechten en andere bevoegdheden overgaat “in wezen een vraag van zakenrechtelijke [tegenwoordig: goederenrechtelijke] aard” is.
Asser/Sieburgh 2017, para. 258.
Zie voor de positie van derden met rechten op de vordering het arrest HR 21 februari 2014, NJ 2015/82 (Immun’âge/Neo-River), waarover randnummer 536.
752. Omdat het kwalificeren van een aanspraak als nevenrecht is gebaseerd op een onderliggende reden (het onderdeel uitmaken van het vorderingsrecht, het zijn toegekend door de overheid aan degene die de hoedanigheid heeft van rechthebbende van het vorderingsrecht, het zijn van afhankelijk recht), kan worden aangesloten bij de mogelijkheden die bestaan om bij partijafspraak van de relevante wettelijke regelingen af te wijken (zie paragraaf 12.6, 13.5, 14.6.2).
753. In de literatuur wordt wel gesteld dat de regeling voor nevenrechten van regelend recht is.1 Daarmee wordt de suggestie gewekt dat het voor nevenrechten mogelijk zou zijn om te bepalen dat ze niet mee overgaan in welke verhouding ze overgaan, of zelfs dat ze achterblijven bij de cedent.2 Dat is mijns inziens een misvatting. Voor de nevenrechten waarop de vraag betrekking heeft – de afhankelijke zekerheidsrechten – is het uitsluiten van automatische overgang niet mogelijk (zie randnummer 645).3 Wel is het mogelijk om van een afhankelijk zekerheidsrecht afstand te doen voorafgaand of ná het overgaan van de vordering.4 Op deze manier kunnen de cedent en de cessionaris van de gesecureerde vordering bewerkstelligen dat slechts één van hen het afhankelijke zekerheidsrecht verkrijgt omdat het aandeel van de ander in het zekerheidsrecht tenietgaat. Daarnaast is het mogelijk dat de verschaffer van het afhankelijke zekerheidsrecht en de rechthebbende van de vordering, bij het in het leven roepen van het zekerheidsrecht, de vorderingen waarvoor dat gebeurt nader omschrijven, waardoor ze na overgang niet meer door het zekerheidsrecht worden gesecureerd (zie paragraaf 14.6.2).
754. Voor wat betreft de inhoud van de vordering geldt dat het mogelijk moet zijn om deze te wijzigen met instemming van alle betrokken partijen (schuldeiser, schuldenaar en eventuele derden die rechten op de vordering hebben verkregen). Zonder medewerking van de schuldenaar kan alleen afstand worden gedaan van (delen van, of bevoegdheden gelegen in) de vordering door de vervreemder of verkrijger ervan.5 Beide volgen echter uit het gewone overeenkomstenrecht en niet uit een speciaal regime dat zou zien op het kunnen uitsluiten van de overgang van een nevenrecht.
755. Het afstand doen van een door de overheid toegekende aanspraak, ten slotte, geldt normaliter niet tegenover derden (zie paragraaf 13.5). Dit is alleen anders indien de overheid zelf een manier heeft geboden om aan een dergelijke afstand rechtsgevolgen voor derden te verbinden.