Aanvullen van subjectieve rechten
Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/16.2:16.2 Vereisten om als nevenrecht te kwalificeren
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/16.2
16.2 Vereisten om als nevenrecht te kwalificeren
Documentgegevens:
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS300474:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Anders – en mijns inziens onjuist – Schoordijk 2003, p. 66, die meent dat de vraag wat een nevenrecht is dient te worden beoordeeld aan de hand van de wenselijkheid van het resultaat. Dit lijkt zich ook slecht te verhouden met de – tegen derden werkende – automatische overgang die door art. 6:142 BW wordt geboden, tenzij de belangen van die derden in de beoordeling worden betrokken; zie ook voetnoot 9 van dit hoofdstuk.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
744. Uit het voorgaande wordt duidelijk dat er geen specifieke vereisten bestaan aan de hand waarvan kan worden vastgesteld of een recht een nevenrecht is.1 In plaats daarvan dient te worden gekeken of het recht in kwestie een onderdeel van het vorderingsrecht is (zie paragraaf 6.2), door de overheid wordt toebedeeld (zie hoofdstuk 13), een afhankelijk recht is (zie hoofdstuk 14), of, eventueel, een kwalitatief recht is (zie hoofdstuk 15) of door partijen wordt verschaft in hoedanigheid (zie hoofdstuk 17). Daarmee kan dan op basis van hetgeen ik in randnummer 743 heb uiteengezet worden bepaald in welke mate de voor nevenrechten geschreven bepalingen op het recht in kwestie van toepassing zijn.