RAV 2025/23
Immateriële schade. Is toewijzing smartengeldvergoeding toereikend gemotiveerd?
HR 21-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:30
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 januari 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
23/00819
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD8323:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Politierecht / Bijzondere onderwerpen
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:30, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1148, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑11‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 15‑02‑2024
- Wetingang
Essentie
Immateriële schade. Smartengeld.
Kan uit de overweging van het hof worden afgeleid op welke in art. 6:106 BW vermelde grond en op welke vastgestelde omstandigheden het toewijzen van de smartengeldvorderingen is gebaseerd?
Samenvatting
De verdachte in deze strafzaak verzet zich tegen aanhouding door vanaf de eerste verdieping van zijn woning een houten ladeblok, een plank en bakstenen richting vier agenten te gooien. Het hof oordeelt dat sprake is van poging tot zware mishandeling, en de agenten zijn op andere wijze aangetast in hun persoon in de zin van art. 6:106 lid 1 sub b ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.