Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/2.2.1.2
2.2.1.2 De behoefte aan een flexibele rechtsvorm in de crisisjaren
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232302:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Van der Grinten 1959 1-II/p. 289.
Vgl. ook Dijk/Van der Ploeg 2019/1.2.5.
H.M. Zwart, Privaatrechtelijke instellingen in de landbouw-crisis-wetgeving (diss. UvA Amsterdam), N. Samsom: Alphen aan den Rijn 1937, p. 17. Zwart noemt als andere redenen voor het gebruik van privaatrechtelijke organisaties voor de uitvoering van de crisiswetgeving historische ontwikkelingen en vele praktische overwegingen.
J.E. van Kamp, Dien Hoetink, ‘Bij benadering.’ Biografie van een landbouw-juriste in crisis- en oorlogstijd (diss. Wageningen), Wageningen: Wageningen Universiteit z.j. [2005], p. 125.
H.M. Zwart, Privaatrechtelijke instellingen in de landbouw-crisis-wetgeving (diss. UvA Amsterdam), N. Samsom: Alphen aan den Rijn 1937, p. 20. Als bezwaren tegen medewerking van het departement van Justitie noemt Zwart de daarmee gepaard gaande tijd en de bij Justitie waarschijnlijk levende bezwaren tegen zo diep in het rechtsleven ingrijpende nieuwigheden.
Rond de Eerste Wereldoorlog ontstond de behoefte aan een organisatievorm die flexibeler was dan de NV. Als voorbeelden kunnen worden genoemd laboratoria, in- en verkoopbureaus, volksuniversiteiten, onderzoeksinstellingen en kartelbureaus, georganiseerd als stichting.1
Nog belangrijker voor de ontwikkeling van de stichting als flexibele organisatievorm was de economische crisis van de jaren dertig van de vorige eeuw. Vanwege deze diepe economische crisis zag de overheid zich gedwongen verder in te grijpen in het maatschappelijk leven dan voorheen gebruikelijk was.2 De economische steun, verleend op grond van de in die jaren ingevoerde crisiswetgeving, eiste controle. Deze controle wilde de overheid niet te veel in handen leggen van ambtenaren vanwege hun rechtspositie.3 Crisiswetgeving, en de daarmee gepaard gaande ingreep in het economisch leven, zo was de gedachte, is van tijdelijke aard. De aanstellingen bij de crisisorganisaties zou daardoor ook van tijdelijke aard zijn. Het departement van Economische Zaken, dat belast was met de uitvoering van de crisiswetgeving, voorzag grote kosten bij de beëindiging van tijdelijke aanstellingen van ambtenaren.4 De stichting werd door het departement van Economische Zaken beschouwd als mogelijkheid te ontsnappen aan de ambtenarenstatus van het personeel werkzaam bij de crisisorganisaties. Bij deze crisisstichtingen was de afzondering van vermogen daardoor geen doel op zich – dat had evengoed gekund bij het departement van Economische Zaken –, maar ging het juist om het uitoefenen van een wettelijke organisatorische taak. Een bijkomend voordeel was dat voor de stichting geen medewerking van het departement van Justitie was vereist, in tegenstelling tot de oprichting van een NV of vereniging.5 Deze ontwikkelingen kwamen niet uit de lucht vallen maar waren de resultante van ontwikkelingen in de juridische doctrine.