NJ 2021/124
Insolventierecht. IPR. Bevoegdheid Nederlandse rechter; vorderingsrecht; pluraliteit van schuldeisers; opeisbaarheid vordering; toestand opgehouden hebben te betalen.
Hof Arnhem-Leeuwarden 14-05-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:4302
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
14 mei 2020
- Magistraten
Mrs. H.C. Frankena, H.L. Wattel, D.M.I. de Waele
- Zaaknummer
200.275.696
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS262467:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARL:2020:4302, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 14‑05‑2020
- Wetingang
Essentie
Insolventierecht. IPR. Bevoegdheid Nederlandse rechter; vorderingsrecht; pluraliteit van schuldeisers; opeisbaarheid vordering; toestand opgehouden hebben te betalen.
Samenvatting
Op grond van art. 3 EU Insolventieverordening jo. art. 2 leden 2 en 4 Faillissementswet gaat het hof uit van de bevoegdheid van de Nederlandse rechter.
Vorderingsrecht van Achmea is summierlijk komen vast te staan. Ook is voldaan aan het vereiste van pluraliteit van schuldeisers. Vraag of appellanten in de toestand verkeren dat zij hebben opgehouden te betalen moet eveneens bevestigend worden beantwoord.
Partij(en)
- 1.
[appellant] en
- 2.
[appellante],
beiden wonende te [A] ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.