Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/5.3.1.b.i
5.3.1.b.i Inleiding: interpretatieregels uit het Weens Verdragenverdrag
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS469960:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht, Wenen 23 mei 1969, Trb. 1972, 51; herziene vertaling in Trb. 1985, 79 (rectificatie in &b. 1996, 89).
De Meij 2003, p. 10-11; Sinclair 1984, p. 7-9 jo. p. 153. Zo ook, ten aanzien van de Berner Conventie, onder meer Vaver 1986, p. 582-584; Ricketson 2004, p. 220 e.v.; Ricketson & Ginsburg 2006, p. 179-218; ten aanzien van het Verdrag van Parijs, zie onder meer Ullmann 2006, p. 35. Men kan zich nog afvragen of deze regels ook al in het laatste kwart van de negentiende eeuw (ten tijde van de totstandkoming van de Berner Conventie en het Verdrag van Parijs) geldend gewoonterecht waren. Dit komt hierna nog ter sprake (alinea's 665 e.v. hierna). In het algemeen lijkt men zich tegenwoordig overigens nauwelijks te bekommeren om de vraag of de interpretatieregels uit het Weens Verdragenverdrag wel mogen worden toegepast op de Berner Conventie en het Verdrag van Parijs. Voorts wordt aangenomen dat het Weens Verdragenverdrag ook van toepassing is op (de interpretatie van) privaatrechtelijke verdragen; deze opvatting lijkt zich onderhand tot de heersende mening te hebben ontwikkeld, zie De Meij 2003, p. 8-9 (anders nog: Trompenaars 1989, p. 121 e.v.). Daarbij nog wordt aangetekend dat deze verdragen weliswaar thans als privaatrechtelijke verdragen kunnen worden bestempeld, maar dat — zo kwam al vaker in deze studie naar voren — ten tijde van hun totstandkoming in het intellectuele-eigendomsrecht (ook) een publiekrechtelijke inslag werd ervaren.
Art. 31 lid 1 Weens Verdragenverdrag.
Art. 31 lid 2 Weens Verdragenverdrag.
Art. 32 Weens Verdragenverdrag.
640. Vraagstelling. Dit brengt ons bij de vraag of er mogelijkheden zijn om, binnen de marges van het geldende recht, toepassing van de formele-territorialiteitscomponent van de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling achterwege te laten. Of zijn wij simpelweg (ook) aan deze component gebonden?
641. Weens Verdragenverdrag. Bij de beantwoording van deze vraag kunnen wij de verdragsinterpretatieregels uit het Weens Verdragenverdrag van 23 mei 1969 als leidraad nemen.1 Weliswaar heeft dit verdrag ingevolge zijn artikel 4 geen terugwerkende kracht en is het dus niet van toepassing op oudere verdragen, maar omdat de interpretatieregels in artikel 31 tot en met 33 algemeen worden beschouwd als een codificatie van geldend gewoonterecht, kunnen deze regels uit het verdrag wel worden toegepast op oudere verdragen.2
642. Hoofdlijnen. Het Weens Verdragenverdrag schrijft als interpretatieve hoofdregel voor dat een verdrag te goeder trouw moet worden uitgelegd overeenkomstig de gewone betekenis van de termen van dat verdrag in hun context en in het licht van voorwerp en doel van dat verdrag 3 De context omvat met name de tekst, de preambule en de bijlagen van het verdrag.4 Het Weens Verdragenverdrag benoemt voorts een aantal interpretatiebronnen, en brengt daarbij een tweelaags-hiërarchie aan: er zijn primaire interpretatiebronnen (bijvoorbeeld de tekst van een verdrag)5 en er zijn secundaire ofwel aanvullende interpretatiebronnen (bijvoorbeeld de travaux préparatoires).6 Binnen deze categorieën is geen hiërarchie aangebracht.