Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/2.3.3
2.3.3 Het afgeleide unierecht
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291159:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
EU-instellingen verrichten niet alleen de in art. 288 t/m 292 VWEU genoemde ‘typische handelingen’, zoals het vaststellen van richtlijnen en verordeningen, maar ook zogenoemde ‘atypische handelingen’ (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=LEGISSUM:ai0037&from=NL, geraadpleegd op 3 april 2021). Voorbeelden hiervan zijn mededelingen en groenboeken van de Europese Commissie. Met een mededeling kan de Europese Commissie bestaand beleid toelichten en aangeven hoe het beleid geïnterpreteerd moet worden. Die interpretatie is overigens niet bindend (https://www.europa-nu.nl/id/vh7dptp45uyn/mededeling, geraadpleegd op 3 april 2021). Een voorbeeld hiervan is de mededeling van de Europese Commissie van 2 juli 2009, COM(2009) 325 definitief inzake art. 11 Btw-richtlijn. Een groenboek is een door de Europese Commissie gepubliceerd document dat tot doel heeft over een bepaald onderwerp een Europese discussie te bevorderen. De bij het thema betrokken organisaties en personen wordt verzocht om op basis van de voorstellen in het groenboek aan een raadplegings- en overlegprocedure deel te nemen (https://eur-lex.europa.eu/summary/glossary/green_paper.html?locale=nl, geraadpleegd op 3 april 2021). Een groenboek dat in het kader van dit onderzoek relevant is, is het Groenboek over de toekomst van de btw van 1 december 2010, nr. COM(2010) 695 definitief (zie paragraaf 1.1).
F. Ambtenbrink en H.H.B. Vedder, Recht van de Europese Unie, Den Haag: Boom juridisch 2017, p. 26.
Het afgeleide unierecht – het woord ‘afgeleid’ zegt het al – is een nadere uitwerking van het primaire unierecht. Vormen van afgeleid unierecht zijn: verordeningen, richtlijnen, besluiten, adviezen en aanbevelingen (art. 288, eerste alinea VWEU).1 Het afgeleide unierecht kan worden onderscheiden in secundair en tertiair unierecht. Secundair unierecht is vastgesteld op basis van de verdragen die behoren tot het primaire unierecht en moet verenigbaar zijn met het primaire unierecht. Het tertiaire unierecht betreft uitvoeringsmaatregelen die zijn aangenomen op grond van bepaald secundair unierecht. Het tertiaire unierecht moet zowel verenigbaar zijn met het secundaire als het primaire unierecht.2
De Btw-richtlijn is vastgesteld op basis van (thans) 113 VWEU. Dit betekent dat de Btw-richtlijn afgeleid, secundair unierecht vormt. De Btw-richtlijn moet daarom in overeenstemming zijn met het primaire unierecht, zoals het VWEU en de algemene rechtsbeginselen. De Btw-uitvoeringsverordening is een uitvoeringsmaatregel op basis van art. 397 Btw-richtlijn. Deze verordening behoort tot het afgeleide, tertiaire unierecht. De Btw-uitvoeringsverordening moet daarom niet alleen verenigbaar te zijn met het primaire unierecht, maar ook met de Btw-richtlijn. In dit onderzoek ga ik ervan uit dat de bepalingen in de Btw-richtlijn en Btw-uitvoeringsverordening verenigbaar zijn met het primaire unierecht. Bij de bespreking van het uniebegrip ‘onroerend goed’ in paragraaf 4.2.2 zal wel worden getoetst of de definitie van dit begrip in art. 13ter Btw-uitvoeringsverordening verenigbaar is met de Btw-richtlijn.