Aanvullen van subjectieve rechten
Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/12.1.2:12.1.2 Ratio op basis van deel I
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/12.1.2
12.1.2 Ratio op basis van deel I
Documentgegevens:
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS305250:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zoals uiteengezet in randnummer 89 worden niet alleen aanspraken bijeengevoegd tot subjectieve rechten, maar maken ook gehoudenheden onderdeel uit van subjectieve rechten. Ik spreek hier, om de tekst simpel te houden, enkel over het bijeenvoegen van aanspraken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
467. Het samenvoegen van aanspraken tot subjectieve rechten zorgt ervoor dat transactiekosten worden verlaagd (zie randnummer 169).1 Omdat niet over elke aanspraak afzonderlijk hoeft te worden onderhandeld, kunnen partijen in één keer over een grote hoeveelheid ervan beschikken. Daarvoor is het nodig dat het voor alle partijen duidelijk is welke aanspraken bij elkaar horen en gezamenlijk een subjectief recht vormen (zie randnummer 171). Bij beperkte rechten wordt er daarom voor gezorgd dat deze alleen in ‘standaard’ samenstellingen kunnen voorkomen. Deze standaard samenstellingen verlagen de transactiekosten voor partijen die subjectieve rechten aan wensen te schaffen, omdat zij slechts op een beperkt aantal beperkte rechten bedacht hoeven te zijn (zie randnummer 190). Het is de overheid die bepaalt welke vrijheid partijen hebben om de inhoud van de toegestane beperkte rechten zelf vorm te geven. Om beperkte rechten als zodanig herkenbaar te houden, zullen aan beperkte rechten alleen aanspraken kunnen worden toegevoegd die zien op dezelfde wederpartij en hetzelfde rechtsobject als het beperkte recht (zie paragraaf 6.2).
468. Bij vorderingsrechten is de vrijheid van partijen om zelf invulling te geven aan de aanspraken die zij elkaar over en weer verlenen groter. De ratio achter het limiteren van de aanspraken die onderdeel gemaakt kunnen worden van een beperkt recht, gaat voor vorderingsrechten niet op – bij het aanschaffen van subjectieve rechten hoeft de koper ervan zich immers er niet van te vergewissen dat er geen vorderingsrechten ‘op’ deze subjectieve rechten bestaan. Het risico van een verlaagde verhandelbaarheid van subjectieve rechten geldt daarom niet. Toch zijn er beperkingen aan welke aanspraken kunnen worden opgenomen ‘in’ een vorderingsrecht. Die zijn vooral gelegen in het eenvoudig houden van het rechtsverkeer; het moet voor partijen enigszins voorzienbaar kunnen zijn dat een aanspraak onderdeel uitmaakt van een vorderingsrecht. Daarom worden aan de aanspraken die partijen onderdeel kunnen maken van een vorderingsrecht het vereiste gesteld dat ze niet van de vordering te onderscheiden dienen te zijn, zoals het geval zou zijn indien ze zien op een bepaald rechtsobject of een bepaalde wederpartij waarop de rest van de vordering niet ziet (zie paragraaf 6.2 voor voorbeelden).
469. In beide gevallen geldt dat partijen alleen over zullen gaan tot het onderdeel maken van subjectieve rechten van (extra) aanspraken indien zij er daarmee allemaal op vooruit gaan. Dat betekent dat de verschaffer van de aanspraken voldoende dient te worden gecompenseerd voor het verlenen van de aanspraken. Om hem niet bij voorbaat af te schrikken, zijn aanspraken ter beschikking te stellen – vanwege het feit dat de door hem ter beschikking gestelde aanspraken kunnen worden uitgeoefend door een ander dan zijn originele wederpartij – moet hem daarnaast de mogelijkheid worden geboden om deze overgang te voorkomen (zie paragraaf 7.5.4.3).
470. De subjectief gerechtigde die de aanspraak bedingt, dient er minimaal genoeg nut aan te ontlenen om de verschaffer ervan te compenseren. Daarnaast dient de subjectief gerechtigde niet te worden afgeschrikt door het feit dat hij de door hem bedongen aanspraak kwijt kan raken zodra hij het subjectieve recht verliest. Om te voorkomen dat de subjectief gerechtigde daardoor wordt afgeschrikt om zijn subjectieve recht te koop aan te bieden, worden enkel die aanspraken onderdeel van het subjectieve recht die zonder het subjectieve recht geen zelfstandig nut hebben (zie paragraaf 7.5.4.2 voor uitleg en voorbeelden). Daardoor verdwijnt het bezwaar om het subjectieve recht te koop aan te bieden, omdat het extra nut dat in de aanspraak gelegen is, alleen samen met het subjectieve recht kan worden genoten.