RAR 2024/61
Pensioen. Is de in art. 131 en 132 Pensioenwet opgenomen bufferverplichting voor pensioenfondsen in strijd met de IORP II-Richtlijn?
HR 09-02-2024, ECLI:NL:HR:2024:194
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 februari 2024
- Magistraten
Mrs. C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
22/03487
- Conclusie
A-G mr. B.J. Drijber
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS956106:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Verzekeringsrecht / Pensioenrecht
Arbeidsrecht / Collectief arbeidsrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:194, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑02‑2024
ECLI:NL:PHR:2023:908, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 13‑10‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 21‑09‑2022
- Wetingang
Art. 131, 132 PW; art. 15 Richtlijn (EU) 2016/2341 (IORP II-richtlijn)
Essentie
Pensioen. Collectieve actie. Europees arbeidsrecht.
Is de verplichting voor pensioenfondsen om over een bepaald eigen vermogen te beschikken opgenomen in art. 131 en 132 Pensioenwet in strijd met de IORP II-richtlijn?
Samenvatting
Pensioeninstellingen zoals Nederlandse pensioenfondsen moeten voldoen aan Europese regels voor bestuur, governance, communicatie en beleggingsbeleid. Deze regels staan in de Richtlijn 2016/2341/EU betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV's), ook wel de IORP II-richtlijn. In deze procedure vorderen Pensioenbehoud c.s. een verklaring voor recht dat art. 131 en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.