Quasi-erfrecht
Einde inhoudsopgave
Quasi-erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2006/IV.1.3:IV.1.3. Quasi-legaat als contractueel erfrecht of quasi-contractueel erfrecht?
Quasi-erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2006/IV.1.3
IV.1.3. Quasi-legaat als contractueel erfrecht of quasi-contractueel erfrecht?
Documentgegevens:
prof. mr. F.W.J.M. Schols, datum 24-03-2006
- Datum
24-03-2006
- Auteur
prof. mr. F.W.J.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS576743:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Handboek Nieuw Erfrecht (2002), F.W.J.M. Schols, p. 150.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De in hoofdstuk III getrokken conclusie dat een overeenkomst strekkende tot beschikking over een nog niet opengevallen nalatenschap geldig is, voor zover die niet ziet op de nalatenschap in het geheel of een evenredig deel daarvan, is voor de rechtspraktijk van groot belang. De vraag die in dit onderzoek beantwoord moet worden is of met de beperkte strekking van het verbod van art. 4:4 lid 2 BW en de regeling van de quasi-legaten, de weg naar het ‘quasi-contractuele erfrecht’ geopend is.1
Reeds in par. 1 van hoofdstuk I moest geconstateerd worden dat van ‘echt’ contractueel erfrecht, zoals wij dat in Duitsland zien bij het Erbvertrag (§ 1941 BGB), bij ons geen sprake kan zijn. Overeenkomsten kunnen, om het nogmaals te benadrukken, geen uiterste wilsbeschikkingen zijn, en quasi-legaten, als erfrechtelijk fenomeen, hebben slechts een plek in de rangorderegeling van de diverse soorten schuldeisers. Een quasi-legaat levert geen erfrechtelijke verkrijging op, en is slechts een fictieve erfrechtelijke verkrijging betreffende de inkorting en vermindering. Met de verdwijning van de contractuele erfstellingen en legaten uit Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek is het contractuele erfrecht in ons land verdwenen. Men kan echter betogen dat op contractuele basis regelingen te verwezenlijken zijn die in uitwerking zeer sterk lijken op bepaalde uiterste wilsbeschikkingen. In die zin is het verantwoord te spreken van quasi-erfrecht, waar bindende elementen niet wezensvreemd zijn. In dit kader kan men ook spreken van quasi-contractueel erfrecht. De mogelijkheid hiertoe stoelt echter niet op art. 4:126 BW, maar op de ruimte die het beperkte verbod van art. 4:4 lid 2 BW, alsmede het algemene vermogensrecht, geeft. De quasi-legatenregeling is slechts een regeling in het kader van de schuldeisersbescherming, maar kan wel een ambassadeursfunctie vervullen om het quasi-contractuele erfrecht ‘aan de man te brengen’.