De beveiliging van persoonsgegevens
Einde inhoudsopgave
De beveiliging van persoonsgegevens (O&R nr. 135) 2022/5.4.3:5.4.3 De samenhang in de context van het Handvest
De beveiliging van persoonsgegevens (O&R nr. 135) 2022/5.4.3
5.4.3 De samenhang in de context van het Handvest
Documentgegevens:
mr. J.A. Hofman, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. J.A. Hofman
- JCDI
JCDI:ADS661007:1
- Vakgebied(en)
Privacy (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. HvJ EU 9 maart 2010, ECLI:EU:C:2010:125, pt. 20-22 (Commissie v. Duitsland).
Toelichtingen Handvest, toelichtingen ad art. 8 Hv jo art. 94 AVG. Zie ook Lynskey 2015, §3.C, die het regime van de AVG om deze reden karakteriseert als een ‘legitimizing regime’, dat het mogelijk maakt om persoonsgegevens te verwerken zolang er binnen de door het verdrag gestelde grenzen gehandeld wordt.
Zie §5.2.3.
Zie hierover vooral §5.2.5.1.
Zie §5.2.3, §5.2.4 en §5.2.5.
Zie §5.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De relatie tussen de AVG-doelen kan ook worden bezien vanuit het Handvest. Alle belangen die spelen in de context van de AVG-doelstelling zijn gerelateerd aan grondrechten en fundamentele vrijheden hieruit – denk hoofdzakelijk aan de rechten op de bescherming van persoonsgegevens, de eerbiedigingen van het privéleven, de vrijheid van ondernemerschap en de ‘vrije verkeren’. Deze rechten en vrijheden moeten in de context van het Handvest ten gunste van elkaar worden beperkt. Vanuit deze grondrechtencatalogus bezien liggen de AVG-doelen dan ook niet in elkaars verlengde, maar vereisen ze elkaar beperking.1
De spanning tussen de AVG-doelen werkt beide kanten op. Enerzijds staan de rechten op de bescherming van persoonsgegevens en de eerbiediging van het privéleven – wanneer zij niet zijn beperkt – dusdanig in de weg aan het vrije verkeer van persoonsgegevens, dat dit vrije verkeer zonder beperkingen op deze rechten in het geheel niet tot stand komt.2 Volgens de lezing die het HvJ EU op dit moment aan art. 8 Hv geeft, mogen gegevens zonder rechtmatige beperking op het recht op de bescherming van persoonsgegevens immers nooit worden uitgewisseld.3 Anderzijds zou de totstandkoming en werking van de interne markt, wanneer grondrechten daarbij niet in acht worden genomen, kunnen meebrengen dat gegevens ongelimiteerd kunnen worden uitgewisseld. De rechten op de bescherming van persoonsgegevens en de eerbiediging zouden dan niet worden gewaarborgd.
De AVG bevat een afweging tussen alle genoemde grondrechten en fundamentele vrijheden, en vervult dus de rol van de regeling die deze rechten en vrijheden ten gunste van elkaar beperkt.4 Dat het verkeer van persoonsgegevens ‘vrijer’ zou zijn zonder de AVG kan, tegen de achtergrond van het verbiedende karakter van art. 8 Hv, dan ook niet worden volgehouden.5
Ook los van het vrije verkeer van persoonsgegevens bevat de AVG een afweging tussen verschillende grondrechtelijke belangen. Het gaat dan om enerzijds de rechten op de bescherming van persoonsgegevens en de eerbiediging van het privéleven en anderzijds om het recht op de vrijheid van ondernemerschap.6 De rechten op de bescherming van persoonsgegevens en de eerbiediging van het privéleven brengen mee dat ondernemers niet vrij over hun middelen kunnen beschikken – wat een beperking op het recht op de vrijheid van ondernemerschap is. Tegelijkertijd heeft de vrijheid van ondernemerschap tot gevolg dat er beperkingen bestaan aan de persoonsgegevensbeschermingsverplichtingen die uit de rechten op de bescherming van persoonsgegevens en de eerbiediging van het privéleven kunnen voortvloeien.
Ten slotte bevat de AVG ook afwegingen binnen een grondrecht. Zo zal een afweging moeten worden gemaakt wanneer de beveiliging van klantgegevens bijvoorbeeld de verwerking van veel persoonsgegevens van medewerkers vereist. Vanwege de casuïstische aard van dit soort afwegingen, maakt de AVG deze niet zelf, maar laat zij die over aan verwerkingsverantwoordelijken, verwerkers, rechters en toezichthouders.
Bij het evenwicht dat met de AVG is aangebracht, vervullen ook art. 5 lid 1 onder f en 32 AVG een rol. Gebleken is dat zij essentieel zijn voor de waarborging van de rechten op de bescherming van persoonsgegevens en de eerbiediging van het privéleven en beperkingen meebrengen voor het recht op de vrijheid van ondernemerschap.7 Bepaalde aspecten van deze bepalingen dragen bovendien bij aan het vrije verkeer van persoonsgegevens en de werking van de interne markt.8 Tegelijkertijd resulteren ze noodzakelijkerwijs in beperkingen voor deze interne markt, doordat ze raken ook aan de wezenlijke inhoud van het recht op de bescherming van persoonsgegevens.