Einde inhoudsopgave
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/1.1
1.1 Inleiding in de thematiek
Mijke Houwerzijl, Saskia Montebovi & Nuna Zekić, datum 01-05-2021
- Datum
01-05-2021
- Auteur
Mijke Houwerzijl, Saskia Montebovi & Nuna Zekić
- JCDI
JCDI:ADS288394:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Algoritmes bestaan al lang en zijn in principe niet meer dan recepten of stappenplannen. Nieuw is vooral het gebruik van algoritmische systemen in combinatie met ‘Artificiële Intelligentie’. In de praktijk is dit gebaseerd op ‘Machine Learning’ (ML), waarbij op basis van algoritmes en grote hoeveelheden (voorbeeld)data, een computer getraind is om patronen te herkennen bij het uitvoeren van bepaalde taken. Zie Autoriteit Persoonsgegevens, 2020, p. 4.
Zie onder meer de op een algemeen publiek gerichte boeken van Arets 2020, Zuboff 2019. Verder: Peters 2021.
Zie SCP 2021.
SER 2020, p. 9, 45-47. Voor een actueel overzicht van digitale werkplatforms voor zowel offline ‘gigwork’ als online ‘crowdwork’, die actief zijn op de Nederlandse markt, zie: www.platformwerk.nl.
SER 2020, p. 53-54. Grote platforms die dergelijk onzichtbaar menselijk ‘digitaal stukwerk’ achter de schermen van de platformeconomie faciliteren, zijn bijvoorbeeld ‘crowdwork’-platforms als Amazon Mechanical Turk (AMT), Crowdflower en het in Duitsland gevestigde Clickwork. Zie over de werkwijze van AMT reeds Felstiner 2011.
Zie hierover SER 2020, p. 48-52; Kloostra 2020 en de daar aangehaalde internationale literatuur.
SER 2020, p. 63-65.
Een volledig beeld is daarbij al vanaf het begin van dit boekproject niet beoogd, gelet op de snelle technologische en maatschappelijke ontwikkelingen.
Sinds (nog maar) een jaar of vijf houden Nederlandse arbeidsjuristen, werkzaam in de praktijk, wetenschap en beleid, zich bezig met nieuwe sociale rechtsvragen als gevolg van de opmars van werkplatformbedrijven. De platforms maken daarbij gebruik van geautomatiseerde algoritmes (digitale beslisformules)1 voor het aansturen, uitvoeren, monitoren en evalueren van activiteiten. Deze platformisering en algoritmisering van arbeidsprocessen maakt deel uit van algemenere technologisch-economische ontwikkelingen, aangeduid met termen als ‘de platformrevolutie’ en ‘surveillancekapitalisme’.2 Digitalisering, de hiermee gepaard gaande datarevolutie (‘big data’) en kunstmatige intelligentie (‘artificial intelligence’ oftewel ‘AI’), bieden aldus nieuwe mogelijkheden voor het gestandaardiseerd, zonder menselijke tussenkomst, bij elkaar brengen van vraag en aanbod van arbeid en de organisatorische processen om arbeid te verrichten.
De meeste aandacht (ook in dit boek) trekken online werkplatforms in de opkomende ‘on demand’-economie voor diensten als maaltijdbezorging, personenvervoer en huishoudelijke klussen. Vanuit het perspectief van de ‘veranderende wereld van werk’3 wordt in dit verband vaak gesproken over de ‘gig economy’, oftewel de kluseconomie. Het gaat hierbij om het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van klussen of taken (‘gigs’) in plaats van banen. De allocatie van werk is gedigitaliseerd, maar de uitvoering van het werk zelf gebeurt ‘offline’ op locatie. De SER heeft in 2020 een verkenning gepubliceerd over de platformeconomie en schat dat van de ca. 125 werkplatforms op de Nederlandse markt 73% actief is bij het matchen van vraag en aanbod van werk op locatie. Daarnaast zijn 33 platforms actief op het gebied van online werk. Deze – veel minder publiciteit genererende – platforms richten zich vooral op designopdrachten, softwareontwikkeling en vertaalwerk,4 en in mindere mate ook op de toedeling en het laten uitvoeren van vaak eenvoudige online microtaken voor een microvergoeding.5 Nog sluipender (althans voor de buitenwereld) voltrekt zich het toenemende gebruik van platforms en algoritmisch management in bestaande ondernemingen.6 Zo worden onderdelen van de bedrijfsvoering bij traditionele bedrijven soms ‘geplatformiseerd’, bijvoorbeeld bij werving en selectie en bij de (re)organisatie van taken en de aansturing van werkprocessen.7 Het massaal thuiswerken, sinds de coronacrisis Nederland in maart 2020 bereikte, was zonder de inzet van (interne en externe) online (communicatie)platforms ondenkbaar geweest.
Vanuit sociaalrechtelijk oogpunt is extern georganiseerde platformarbeid een nieuwe loot aan de stam van atypische werkvormen, veelal aangeboden op zzp-basis via de (vaak) wereldwijd opererende online werkplatforms. De populariteit van deze nieuwe werkvormen draagt bij aan de (al eerder ingezette) toename van het aantal werkenden zonder adequate sociale bescherming. Immers, sociaalrechtelijke beschermingsmechanismen zijn grotendeels gekoppeld aan de (voltijds en idealiter vaste) arbeidsovereenkomst. Alleen onder deze condities bieden arbeidsrechtelijke en socialezekerheidsrechtelijke arrangementen in beginsel een toereikende werk- en inkomensbescherming. Bovendien halen zowel het werken via externe platforms als het huidige thuiswerkregime nog een ander fundament van het sociaal recht onderuit dat erg belangrijk is voor het garanderen van fatsoenlijke werkomstandigheden. Zo zijn de arbeidstijden- en omstandighedenwetgeving, de organisatie van medezeggenschap en collectieve arbeidsvoorwaardenvorming namelijk geënt op het bestaan van een vaste werkomgeving buitenshuis waar werknemers elkaar treffen, samenwerken en aangestuurd worden. Kortom, de platformisering en algoritmisering dragen bij aan verdergaande flexibilisering of zelfs fragmentering in de arbeidsorganisatie. Dit noopt tot het uitdenken van een adequate sociale bescherming 4.0, waarbij de kernwaarden van de huidige sociaalrechtelijke arrangementen opnieuw breed gegarandeerd moeten kunnen worden.
Met deze bundel, die tot stand is gekomen op initiatief en met financiële ondersteuning van Instituut Gak, willen we aan dit denk- en beleidsvormingsproces een bijdrage leveren, bezien vanuit een breed juridisch perspectief. De hierboven kort geschetste arbeids- en sociaalzekerheidsrechtelijke uitdagingen zijn namelijk niet los te zien van ontwikkelingen in andere rechtsgebieden die werkenden raken. Denk aan nieuwe civielrechtelijke vraagstukken als gevolg van moeilijke gegevensvergaring bij platforms en wegens het soms onduidelijke onderscheid tussen hobbyisme, (klein)ondernemerschap en het werken als oproepkracht. Denk ook aan mededingingsrechtelijke obstakels voor collectieve arbeidsvoorwaardenonderhandelingen (ten behoeve) van platformwerkers; aan uitspraken van het Europese Hof van Justitie en internationale initiatieven om nieuwe, atypische vormen van werk in goede banen te leiden. We vonden het dan ook zinvol de thematiek te benaderen vanuit een breder juridisch kader dan het sociaal recht alleen. En alhoewel het Nederlandse recht in deze bundel het centrale normatieve kader vormt, komen in de meeste hoofdstukken ook Europeesrechtelijke ontwikkelingen aan bod en worden soms ook buitenlandse voorbeelden en internationaalrechtelijke dimensies aangestipt.
De hierna volgende acht hoofdstukken zijn geschreven door dertien juristen, grotendeels afkomstig uit de academische wereld maar deels ook (mede) in de rechtspraktijk werkzaam. Afgezien van hoofdstuk 2, dat vanuit historisch en rechtssociologisch perspectief inspiratie biedt voor het organiseren van sociale bescherming in veranderende technische en maatschappelijke werkomstandigheden, belichten alle hoofdstukken vanuit een ander juridisch perspectief verscheidene8 uitdagingen op het gebied van sociale bescherming bij platformisering van werk en het gebruik van algoritmes. Gezamenlijk bieden de hoofdstukken een synthese van actuele juridische kennis en beargumenteerde visies op de rechtsontwikkeling tot op heden, de aanvaardbaarheid hiervan en op mogelijkheden tot verbetering in de toekomst. De algehele ondertoon van dit rijkgeschakeerde palet aan inzichten is dat er meer samenhang en synergie nodig is tussen rechtsgebieden om in de veranderende wereld van werk adequate sociale bescherming te kunnen bieden. Als ‘appetizer’ volgt hieronder een samenvattende karakterisering per bijdrage.