Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming
Einde inhoudsopgave
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/1.2:1.2 Back to the future?
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/1.2
1.2 Back to the future?
Documentgegevens:
Mijke Houwerzijl, Saskia Montebovi & Nuna Zekić, datum 01-05-2021
- Datum
01-05-2021
- Auteur
Mijke Houwerzijl, Saskia Montebovi & Nuna Zekić
- JCDI
JCDI:ADS288436:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dat kluswerk geen nieuw fenomeen is, laat Robert Knegt zien aan de hand van een overzicht over vier eeuwen arbeid in hoofdstuk 2. Knegt zet uiteen welke vroegere vormen van werk vergelijkbaar zijn met platformwerk, door hun ‘kluskarakter’ of door de wijze waarop het werk toebedeeld werd. Daarbij zoekt en verklaart hij de normatieve inkadering van toen en legt de relatie met het gebruik van algoritmes nu. Het hoofdstuk verruimt onze blik op de huidige kwesties rondom kluswerk. Het ‘vaste contract’ met de bescherming in arbeidsrecht en sociale zekerheid blijkt in feite pas ongeveer zestig jaar oud. Daarentegen waren in West-Europa loonarbeid én kluswerk én zelfs de publieke regels daaromtrent al bekend vanaf de 12e eeuw. Naast de verschillen met de huidige wereld van werk, laten de overeenkomsten zien hoe transacties ‘over werk’ of ‘op de markt’ nood hebben aan bepaalde normatieve kaders (de handslag en het contract) en instrumenten (geijkte weegschalen en websites). De analyse van Knegt is opgebouwd rond het ‘pennetje’. Dat instrument uit de 16e en 17e eeuw (en tevens synoniem voor het woord ‘klus’) blijkt een vernuftig systeem in zich te dragen dat in deze vroegere tijden heeft bijgedragen aan een objectieve, eerlijke en solidaire verdeling van het werk.
Aan de hand van vijf thema’s legt Knegt telkens de link tussen klusarbeid toen en nu. Deze thema’s zijn: de tijd-ruimtelijke organisatie, de identiteit en sociale positie van werkers, de allocatie van werk, de autonomie van werkers en de bestaanszekerheid van werkers. Het belangrijkste verschil tussen de verdeling van arbeid toen en nu ligt, volgens de auteur, in het wegvallen van de lokale context met eigen rechtsorde en mores (zoals de stad en de gildes). Nu overheersen commerciële belangen in de private ruimte van de platforms en valt de notie ‘burgerschap’ weg. Burgerschap was echter essentieel op de markt van arbeid van destijds, omdat het gelijkheid en collectiviteit bewaakte en arbeid efficiënt verdeelde op een rechtvaardige manier. Tegenwoordig is de kluswerker daarentegen een op zijn eigen kracht teruggeworpen individu, met weinig tot geen zeggenschap over zijn arbeidsvoorwaarden. Hij mist dat ‘burgerschap’ en is daarom overgeleverd aan de commerciële efficiëntie en de harde marktprincipes van (de huidige vormen van) platformarbeid.