25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/13.4:13.4 Tot slot: exit besluitcentrisme, maar dan anders
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/13.4
13.4 Tot slot: exit besluitcentrisme, maar dan anders
1
Documentgegevens:
prof. mr. R. Schlössels, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. R. Schlössels
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
K.J. de Graaf, P.J. Huisman, F.J. van Ommeren, G.A. van der Veen, ʻTot besluitʼ, in: Het besluit voorbij (VAR-reeks 150), Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2013, p. 309.
Ook de gedachte dat een geïntegreerde bevoegdheid ‘lood om oud ijzer’ is omdat de problematiek van het onderscheid tussen bestuursrecht en privaatrecht toch terugkeert bij de normering (vgl. bijv. Backes 2009, p. 44) deel ik niet. Dit laatste is zo, maar dat doet niet af aan het feit dat het competentielabyrint exit is.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Eén geharmoniseerde procedure in civiele en bestuursrechtelijke geschillen maakt een einde aan de ingewikkelde verwevenheid van de bevoegdheid van de bestuursrechter met het besluitbegrip. Het is naar mijn mening een goed alternatief voor het model waarbij het vernietigingsberoep wordt ingebed in het raamwerk van de bestuursrechtelijke rechtsbetrekking, een en ander onder de rechtsmacht van de bestuursrechter. Dit ‘kapstok- of groeimodel’ vormde indertijd het vertrekpunt van mijn oratie en het staat ook centraal in bijvoorbeeld het VAR-preadvies van Van Ommeren en Huisman.
Ik denk nu dat het ‘Noorse model’ (in eerste aanleg) meer dan een ideetje is. Misschien sluit dit alternatief zelfs beter aan bij de Nederlandse rechtstraditie. Deze heeft buiten de sfeer van besluiten nooit een al te scherpe scheiding gekend tussen bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke geschillen en is vertrouwd met een ‘algemene’ rechter die lang voor de komst van de Algemene wet bestuursrecht bestuursrechtelijke geschillen beslechtte. Ik ben ervan overtuigd dat het materiële bestuursrecht2 niet slechter af is met een geïntegreerde rechtsgang. In de komende kwart eeuw kunnen keuzen worden gemaakt. Het besluitmodel heeft onder de Algemene wet bestuursrecht goed voldaan. Maar nu we echt verder willen moeten we er niet ten koste van alles aan willen vasthouden. Laten we kiezen voor eenvoud en samenhang.