Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/13.1
13.1 Inleiding
prof. mr. R. Schlössels, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. R. Schlössels
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. R.J.B. Schutgens, ‘Rechtsbescherming tegen algemene regels: tijd om de Awb te voltooien’, in: Algemene regels in het bestuursrecht (VAR-reeks 158), Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2017, p. 95 e.v.
Zie bijv. uitvoerig het VAR-preadvies van Van Ommeren & Huisman ‘Van besluit naar rechtsbetrekking: een groeimodel’, in: Het besluit voorbij (VAR-reeks 150), Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2013, p. 7 e.v. en Ch.W. Backes, Suum Cuique? Enkele opmerkingen over de rechtsmachtverdeling tussen bestuursrechter en burgerlijke rechter, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2009. Zie verder: J.A.F. Peters, ‘In de ban van het besluit. Over de verhouding tussen de bestuursrechtelijke rechtsbetrekking, het besluit en de rechtsmachtverdeling’, in: R.J.N. Schlössels e.a (red.), In het nu…Over toekomstig bestuursrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2018, p. 27 e.v. en in dezelfde bundel B. Assink & A.M.M.M. Bots, ‘Het besluit voorbij, of toch niet?’, p. 61 e.v.
Vgl. R.J.N. Schlössels, Het besluitbegrip en de draad van Ariadne. Enige beschouwingen over de rechtsmacht van de bestuursrechter, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2003.
Dit begrip kreeg vooral aandacht in het Rapport van de VAR-Commissie Rechtsbescherming De toekomst van de rechtsbescherming tegen de overheid. Van toetsing naar geschilbeslechting, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2004, p. 25 e.v.
Ik volsta met één verwijzing: A.T. Marseille, ‘Weg van het besluit en het bestuur in het sociaal domein: gevolgen voor de rechtsbescherming’, in: R.J.N. Schlössels e.a. (red.), In het nu…Over toekomstig bestuursrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2018 p. 45 e.v.
Publicaties over het besluitbegrip (artikel 1:3 lid 1 Awb) – en dat zijn er sinds 1994 veel – gaan vaak over de rechtsmacht van de bestuursrechter. Denk aan beschouwingen over bestuurlijke rechtsoordelen, meldingen, bestuurlijke waarschuwingen en over concretiserende besluiten van algemene strekking.
Wie alle boekbijdragen, artikelen, oraties en preadviezen leest vraagt zich misschien af hoe dit onderwerp een vakgebied zo lang in zijn greep weet te houden. Ondanks doordachte voorstellen is een substantieel ruimere bevoegdheid van de bestuursrechter niet binnen handbereik. Voorstellen zijn er genoeg. Het gaat om voorstellen om rechtstreeks beroep open te stellen tegen algemeen verbindende voorschriften,1 om de rechtsmacht van de bestuursrechter (al dan niet) via het raamwerk van de bestuursrechtelijke rechtsbetrekking geleidelijk te verruimen en de verzoekschriftprocedure breder toe te passen,2 om de op vernietiging van besluiten gerichte rechtsgang te verenigen met andere procedures bij de bestuursrechter3 en om de bestuursrechter bevoegd te maken in geschillen die zien op ‘omringend bestuursrecht’4 (dat wil zeggen handelingen die nauw met een besluit samenhangen). Op deelterreinen, zoals het sociaal domein, wordt in dit kader geprobeerd een doorbraak te forceren.5
De bestuursrechter beheerst als instituut het centrum van de problematiek. Hij is een ‘iudex specialis’; een rechter die in het leven is geroepen om een bepaald soort bestuursrechtelijke geschillen te beslechten. Dit legt veel nadruk op de vraag welke geschillen onder zijn rechtsmacht behoren te vallen. Veel minder vaak gaat het om de vraag hoe de toegang tot de rechter in geschillen met de overheid kan worden verbeterd door de eenheid van rechtsbescherming en de harmonisatie van procesrecht centraal te stellen. In deze bijdrage ga ik tegen deze achtergrond kort in op de vraag hoe vanzelfsprekend de bestuursrechter en bestuursprocesrecht eigenlijk zijn.