JWB 2014/216
Insolventierecht
HR 02-05-2014, ECLI:NL:HR:2014:1069
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
2 mei 2014
- Zaaknummer
14/01060
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Rechter
Insolventierecht (V)
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:1069, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 02‑05‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:227, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 21‑03‑2014
- Wetingang
Essentie
Insolventierecht
Samenvatting
Casus:
Aanleiding voor deze gerechtelijke procedure is de vraag of de saniet in kwestie heeft voldaan aan de verplichtingen in het kader van een schuldsaneringsregeling.
Beslissing:
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden. De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren. De P-G concludeert op dit punt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.