V-N Vandaag 2026/567
OVB-splitsingsvrijstelling voor bij splitsing verkregen aandelen
HR 27-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:494
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 maart 2026
- Zaaknummer
25/02194
- Vakgebied(en)
Belastingen van rechtsverkeer / Overdrachtsbelasting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:494, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1285, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 21‑11‑2025
- Wetingang
Art. 15 lid 1 onderdeel h, art. 4 Wet BRV; art. 5c Uitv. besl. RV
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat de tekst van art. 15 lid 1 onderdeel h Wet BRV 1970 in algemene bewoordingen voorziet in een vrijstelling van de verkrijging bij splitsing. Voor de splitsingsvrijstelling geldt dat de uitgifte van aandelen inherent is aan een juridische splitsing.
Samenvatting
X BV en D BV houden ieder 50% van de aandelen in A BV. In verband met onenigheid over de verdere bedrijfsvoering en investeringsbeslissingen vindt in 2020 een zuivere juridische splitsing van A BV plaats. Het vermogen van A BV gaat daarbij over naar twee nieuw opgerichte vennootschappen B BV en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.