Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/12.4:12.4 Wanneer staat de Moeder-dochterrichtlijn in de weg aan de heffing van dividendbelasting over de rente op hybride leningen?
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/12.4
12.4 Wanneer staat de Moeder-dochterrichtlijn in de weg aan de heffing van dividendbelasting over de rente op hybride leningen?
Documentgegevens:
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS298357:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Met ingang van 2009 wordt dit percentage verlaagd van 15% naar 10%. Zie art. 1, lid 1, onderdeel a, Moeder-dochterrichtlijn.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Moeder-dochterrichtlijn beoogt onder meer om dividenden en andere winstuitkeringen van een dochteronderneming aan haar moedermaatschappij vrij te stellen van bronbelasting. Een vennootschap van een lidstaat wordt aangemerkt als moedermaatschappij wanneer zij een deelneming van ten minste 15% bezit in het kapitaal van een vennootschap van een andere lidstaat.1
Wordt de Moeder-dochterrichtlijn vergeleken met art. 10 OESO-modelverdrag dan springt een aantal verschillen in het oog. Bezit de ontvanger van het dividend ten minste 25% van het kapitaal van het lichaam dat het dividend betaalt, dan mag de belasting die de bronstaat heft op grond van art. 10 OESO-model-verdrag niet hoger zijn dan 5% van het brutodividend. De Moeder-dochterrichtlijn stelt het dividend daarentegen vrij van bronbelasting. Deze vrijstelling geldt bovendien vanaf een bezitspercentage van 15%.
De Moeder-dochterrichtlijn staat in de weg aan de heffing van dividendbelasting over de rente op hybride leningen wanneer zij is te beschouwen als uitgekeerde winst en zij wordt ontvangen door een moedermaatschappij. Onder welke omstandigheden daarvan sprake is, is behandeld in paragraaf 11.6.