Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies
Einde inhoudsopgave
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/4.5.3.2:4.5.3.2 Voldoening waartoe gehouden
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/4.5.3.2
4.5.3.2 Voldoening waartoe gehouden
Documentgegevens:
mr. R.J. de Weijs, datum 15-03-2010
- Datum
15-03-2010
- Auteur
mr. R.J. de Weijs
- JCDI
JCDI:ADS405709:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Insolventierecht / Faillissement
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 24 maart 1995, NJ 1995, 628, m.nt. PvS (Gispen q.q./IFN).
HR 24 maart 1995, NJ 1995, 628, m.nt. PvS (Gispen q.q./IFN) en HR 20 november 1998, JOR 1999/19, m.nt. NEDF (Verkerk/Tiethoff q.q.), HR 29 juni 2001, JOR 2001/220 (Meijs q.q./Bank of Tokyo).
HR 20 november 1998, NJ 1999, 611 (Verkerk/Tiethoff q.q.).
HR 29 juni 2001, JOR 2001/220 (Meijs q.q./Bank of Tokyo).
HR 7 maart 2003, JOR 2003/102 (Cikam/Siemon q.q.).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 47 Fw biedt twee gronden voor de vernietiging van een verplichte rechtshandeling. Ten eerste de grond dat de wederpartij wist van een aanhangige faillissementsaanvraag en ten tweede dat sprake is geweest van overleg tussen de schuldenaar en de schuldeiser teneinde deze laatste te bevoordelen boven de andere schuldeisers.
Het tweede criterium dient volgens de Hoge Raad uitgelegd te worden in de zin dat sprake is van 'samenspanning' 1 Bij beide partijen (schuldenaar en wederpartij) dient de bedoeling te hebben voorgezeten om deze schuldeiser boven de andere te bevoordelen. Het is vooral de beperkte reikwijdte van de tweede vernietigingsgrond (samenspanning) die tot veel kritiek heeft geleid. Notoir in dit verband zijn de arresten van de Hoge Raad inzake Gispen q.q./IFN, Verkerk/Tiethoff q.q. en Meijs q.q./Bank of Tokyo.2 Uit deze arresten volgt dat, ook al weten partijen dat benadeling van schuldeisers het gevolg van hun handelen zal zijn3 en zelfs weten dat een faillissement onontkoombaar is,4 daarmee nog niet voldoende grond bestaat om samenspanning aan te nemen. Weliswaar heeft de Hoge Raad in HR Cikam/Siemon q.q.5 de deur op een kier gezet, maar meer ook niet. In dit geval liet de Hoge Raad het oordeel van het hof in stand waarbij, behoudens tegenbewijs, samenspanning werd aangenomen op grond van de zeer nauwe verbondenheid tussen schuldeiser en schuldenaar alsmede de kennis van beide partijen van de slechte financiële positie van de schuldenaar.