RFR 2024/25
Wanneer mag een rechter, ondanks de schorsende werking van een wrakingsverzoek, toch een beslissing nemen?
Rb. Oost-Brabant 19-09-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:5103
- Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
- Datum
19 september 2023
- Magistraten
Mr. V.M. Smits
- Zaaknummer
C/01/395069 / JE RK 23-988
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS940054:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Kinderbescherming
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBOBR:2023:5103, Uitspraak, Rechtbank Oost-Brabant, 19‑09‑2023
- Wetingang
Art. 3 IVRK; art. 1:260, 1:265c BW; art. 29a lid 5 Rv
Essentie
Wanneer is het gelegitimeerd dat de rechter, ondanks de schorsende werking van een wrakingsverzoek, toch een beslissing neemt?
Samenvatting
De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over hun dochter. Het meisje woonde bij de moeder en haar partner, totdat de kinderrechter haar onder toezicht heeft gesteld van de Gecertificeerde Instelling (GI) en een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder heeft verleend. De moeder heeft haar dochter meegenomen vanuit die voorziening en sindsdien is er geen enkel contact tussen de GI en de moeder met haar dochter. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.