Rb. Oost-Brabant, 19-09-2023, nr. C/01/395069 / JE RK 23-988
ECLI:NL:RBOBR:2023:5103
- Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
- Datum
19-09-2023
- Zaaknummer
C/01/395069 / JE RK 23-988
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBOBR:2023:5103, Uitspraak, Rechtbank Oost-Brabant, 19‑09‑2023; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
- Wetingang
- Vindplaatsen
PFR-Updates.nl 2023-0235
Uitspraak 19‑09‑2023
Inhoudsindicatie
Moeder en kind met onbekende bestemming vertrokken naar buitenland. Ondanks de wraking worden de ondertoezichstelling en de uihuisplaatsing verlengd, omdat op grond van artikel 3 IVRK het belang van het kind voorop staat bij iedere beslissing.
Partij(en)
RECHTBANK OOST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/01/395069 / JE RK 23-988
Datum uitspraak: 19 september 2023
Beschikking verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, statutair gevestigd te Eindhoven, vestiging Helmond, hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (GI),
betreffende
[naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[voornamen en achternaam moeder]
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
hierna te noemen: de moeder,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
[voornaam en achternaam vader] ,
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
hierna te noemen: de vader.
Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
het verzoek met bijlagen van de GI van 12 juli 2023, ingekomen bij de griffie op 14 juli 2023;
- -
diverse e-mailberichten van [gemachtigde] , ingekomen bij de griffie tussen 4 september en 19 september 2023.
Op 19 september 2023 heeft de kinderrechter het verzoek tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Daarbij waren aanwezig:
- -
[gemachtigde] ;
- -
twee medewerkers, namens de GI.
[minderjarige] , de moeder en de vader zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gemachtigde] de rechter gewraakt. De kinderrechter heeft vervolgens, ondanks de schorsende werking van het wrakingsverzoek, mondeling een deelbeslissing genomen op grond van artikel 29a, lid 5 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Hierop wordt onder het kopje de beoordeling nader ingegaan.
De feiten
De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige] .
Bij beschikking van 29 september 2022 is [minderjarige] onder toezicht gesteld voor de duur van een jaar, dus tot 29 september 2023.
Bij beschikking van 11 oktober 2022 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend. Die machtiging tot uithuisplaatsing is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 29 september 2023.
[minderjarige] verbleef op basis van voornoemde machtiging tot uithuisplaatsing bij [naam instelling] in [vestigingsplaats instelling] . Daarvoor woonde [minderjarige] bij de moeder en diens partner.
Op [datum] heeft de moeder [minderjarige] meegenomen vanuit [naam instelling] . Sindsdien is er geen enkel contact tussen de GI en de moeder en [minderjarige] .
Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen, beiden voor de duur van één jaar.
De beoordeling
De kinderrechter ziet, ondanks de schorsende werking van een wrakingsverzoek, aanleiding om de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] te verlengen voor de duur van één maand en iedere verdere beslissing aan te houden. Daartoe overweegt de kinderrechter als volgt.
De maatregelen expireren op 29 september 2023. De datum waarop het door de heer [gemachtigde] gedane wrakingsverzoek wordt behandeld is op dit moment nog niet bekend. De mogelijkheid bestaat dat de maatregelen expireren voordat op het wrakingsverzoek is beslist en de verdere behandeling van het verzoek van de GI heeft plaatsgevonden. Het belang van [minderjarige] vraagt echter om voortzetting van beide maatregelen. Er is namelijk nog steeds sprake van ernstige ontwikkelingsbedreigingen bij [minderjarige] die niet met vrijwillige hulpverlening kunnen worden afgewend. De moeder heeft [minderjarige] in [maand en jaar] uit de instelling waar zij tot dan toe verbleef, opgehaald en is, met [minderjarige] en haar stiefvader, zonder bestemming uit Nederland vertrokken. De GI is niet op de hoogte van de huidige verblijfplaats van [minderjarige] en heeft grote zorgen over haar veiligheid en ontwikkeling.
Daarnaast is het in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] noodzakelijk dat zij bij en jeugdhulpaanbieder geplaatst blijft, waar zij begeleid en zo nodig behandeld kan worden door deskundigen. De kinderrechter is dan ook van oordeel dat de beslissing op het wrakingsverzoek niet kan worden afgewacht en beroept zich daarbij ook op artikel 3 van het IVRK, wat bepaalt dat het belang van het kind voorop staat bij iedere beslissing.
De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 29 september 2023 tot 29 oktober 2023;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 29 september 2023 tot 29 oktober 2023;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt iedere verdere beslissing aan en bepaalt dat de mondelinge behandeling van de zaak zal worden voortgezet op een nader te bepalen datum en tijdstip, waarvoor de GI en de belanghebbenden een oproep zullen ontvangen.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2023 door mr. V.M. Smits, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier en schriftelijk vastgelegd op 27 september 2023. | ||
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.
conc: MvdS