Einde inhoudsopgave
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/IV.2.3
IV.2.3 De benoemingstermijn
mr. N. Kreileman, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. N. Kreileman
- JCDI
JCDI:ADS242832:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Zie art. 2:164a/274a lid 1 jo. 2:161/271 lid 1 BW.
Zie de toelichting op principe 5.1 van de Code.
Zie de toelichting op best practice bepaling 2.2.2 van de Code.
Dat kan zowel in het bestuursverslag als in het verslag van de niet-uitvoerende bestuurders. Zie best practice bepalingen 2.2.2 en 5.1.5 en de toelichting op best practice bepaling 5.1.5 van de Code.
Kleipool & Van Olffen, Ondernemingsrecht 2017/56. Voornoemde auteurs schrijven overigens uitdrukkelijk over commissarissen. Mijns inziens kunnen dezelfde argumenten voor de herbenoeming van een niet-uitvoerend bestuurder worden aangevoerd.
Zie art. 17.1 van de statuten van Altice Europe NV d.d. 6 november 2019; en art. 14.1 jo. 14.9 van de statuten van OCI NV d.d. 15 september 2016. Voor de volledigheid wijs ik erop dat de benoemingstermijn bij Amsterdam Commodities NV zes jaar bedraagt. Zie art. 6.2 van het bestuursreglement van Amsterdam Commodities NV d.d. 8 februari 2018.
Zie art. 17.1 en 17.2 van de statuten van Altice Europe NV d.d. 6 november 2019. De regeling in de statuten van Altice Europe NV sluit aan bij best practice bepaling 2.2.2 van de Code. Deze regeling houdt in dat de niet-uitvoerende bestuurder na acht jaar slechts kan worden herbenoemd voor een periode van twee jaar. Vervolgens kan deze periode met maximaal twee jaar worden verlengd.
Zie art. 20.1 van de statuten van Unilever NV d.d. 9 mei 2012. Bij Prosus NV bedraagt de benoemingstermijn drie jaar, zie art. 16.1 van de statuten van Prosus NV d.d. 16 september 2019.
Vgl. Kleipool & Van Olffen, Ondernemingsrecht 2017/56.
Evenzo met betrekking tot commissarissen Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/352.
Voor vennootschappen die onderworpen zijn aan het structuurregime, schrijft de wet voor dat de niet-uitvoerende bestuurder uiterlijk vier jaar na zijn laatste benoeming aftreedt.1 Aan een herbenoeming van de afgetreden niet-uitvoerende bestuurder staat de wet niet in de weg.
Bij beursvennootschappen wordt de benoemingstermijn begrensd door de Code. Op grond van best practice bepaling 2.2.2 bedraagt de maximale zittingsduur van de niet-uitvoerende bestuurder twaalf jaar.2 De niet-uitvoerende bestuurder kan bij een beursvennootschap slechts worden benoemd voor een termijn van maximaal vier jaar. Na ommekomst van deze periode, kan hij nogmaals voor een periode van vier jaar worden benoemd. Daarna is herbenoeming nog tweemaal mogelijk voor een termijn van twee jaar. Een benoemingstermijn van twee keer vier jaar is volgens de toelichting op de Code het uitgangspunt.3 Wordt de niet-uitvoerende bestuurder na het verstrijken van een periode van acht jaar opnieuw benoemd, dan moet dat gemotiveerd worden.4 Een argument voor herbenoeming kan volgens Kleipool en Van Olffen zijn dat de niet-uitvoerende bestuurder over specifieke kennis of ervaring beschikt. Denkbaar is voorts dat continuïteit in het bestuur wenselijk geacht wordt.5
Verschillende beursvennootschappen met een monistisch bestuursmodel hanteren een maximale benoemingstermijn van vier jaar.6 De statuten van Altice Europe NV bepalen voorts expliciet dat de niet-uitvoerende bestuurder voor een periode van ten hoogste twaalf jaar in functie kan zijn.7 Ook kortere benoemingstermijnen komen voor. Zo volgt uit de statuten van Unilever NV dat de niet-uitvoerende bestuurders ieder jaar aftreden. Herbenoeming is niettemin mogelijk.8
Voor de niet-uitvoerende bestuurder van een niet-structuur- en niet-beursvennootschap geldt geen maximale benoemingsperiode. De statuten kunnen uiteraard wel in een benoemingstermijn of maximale zittingsduur voorzien.9 Bepalen de statuten niets, dan wordt de niet-uitvoerende bestuurder voor onbepaalde tijd benoemd.10