De bij dode opgerichte stichting
Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/6.3.3.1.3:6.3.3.1.3 Het derde argument: het doel als last
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/6.3.3.1.3
6.3.3.1.3 Het derde argument: het doel als last
Documentgegevens:
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232209:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In Duitsland wordt algemeen aangenomen dat het stichtingsbestuur heeft te accepteren, dat wat de erflater tevoren heeft bepaald, MüKoBGB/Reuter § 83 Rn 13.
Zie in dit verband Rechtbank Amsterdam 23 april 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:2378, JOR 2015/202, m.nt. P.H.N. Quist, waarin de rechtbank statutenwijziging van een bij dode opgerichte stichting weigerde omdat niet duidelijk was ‘op welke wijze de bijzondere bescherming van de intenties van de erflater is gewaarborgd.’
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het derde argument tegen het recht tot het verwerpen van een erfrechtelijke bevoordeling ontleen ik aan het doel als last, als besproken in 5.5. Verwerping van een erfrechtelijke begunstiging door de stichting die door de erflater zelf is opgericht, is daarmee in strijd. Reuter omschreef dit voor Duitsland mooi:
‘Die Stiftungsorgane haben den im Stiftungsgeschäft verobjektivierten Willen des Stifters durchzuführen, nicht zu korrigieren.’1
Mooier kan ik het niet zeggen. Ook voor Nederland geldt dat de wil van de erflater doorslaggevend is.2 Op dit uitgangspunt is de gedachte gebaseerd dat het door de erflater/oprichter aan de door hem bij dode opgerichte stichting meegegeven doel niet vrijblijvend is, maar moet worden aangemerkt als een verplichting voor de stichting. Een verplichting zonder dat daar een vorderingsrecht van een derde tegenover staat. Een last derhalve. Is de stichting eenmaal opgericht, dan dient zij de haar opgelegde verplichting na te komen. Dit nakomen kan niet zonder de aanvaarding van de haar gemaakte erfrechtelijke bevoordeling.
Let wel, verwerping van erfrechtelijke bevoordeling is in strijd met de wil van de erflater. Naleving van de wil van de erflater is weliswaar leidend, maar niet ten koste van alles. Anders gezegd, uitzonderingen op deze regel zijn denkbaar, als de gronden maar zwaarwegend genoeg zijn.
Hier kom ik nog terug op de mogelijkheid voor het bevoegde orgaan te besluiten tot ontbinding van de bij dode opgerichte stichting zoals besproken in 4.6.1. Het doel als last verzet zich niet alleen tegen het verwerpen van erfrechtelijke begunstigingen van de stichting, maar ook tegen ontbinding van de stichting door het bevoegd orgaan als het doel van de stichting nog niet is bereikt. Zelfs als de statuten daartoe de mogelijkheid openen. Het bestuur is verplicht het doel na te streven tot dat het doel is bereikt. Het voortijdig ontbinden van de stichting is daarmee in strijd.