De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/3.5.2.2:3.5.2.2 Positie van zaakscrediteuren
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/3.5.2.2
3.5.2.2 Positie van zaakscrediteuren
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS385834:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. Asser/Perrick 3-V* 2011/60.
‘Indien van hoofdelijke schuldenaren een of meer in staat van faillissement verkeren, kan de schuldeiser in het faillissement van die schuldenaar, onderscheidenlijk in het faillissement van ieder dier schuldenaren opkomen voor en betaling ontvangen over het gehele bedrag, hem ten tijde der faillietverklaring nog verschuldigd, totdat zijn vordering ten volle zal zijn gekweten.’
Polak 2001, p. 250.
Van Buchem-Spapens 1982, p. 15.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Na (gedeeltelijke) ontbinding van de VOF tot aan verdeling kunnen de zaakscrediteuren zich exclusief op het afgescheiden vermogen blijven verhalen (art. 3:192 BW) en kunnen zij voor wat verhaal op dit afgescheiden vermogen betreft het faillissement van de vennoot negeren.1 Omdat vennoten ook in privé aansprakelijk zijn voor de vennootschappelijke schulden, behoren zaakscrediteuren tot de schuldeisers die op grond van art. 1 lid 1 Fw het faillissement van een vennoot (in privé) kunnen verzoeken, kunnen zij hun vorderingen op de VOF ook in het faillissement van een vennoot indienen en worden zij in het faillissement van een gewezen vennoot gelijk behandeld als (andere) privéschuldeisers. Op grond van art. 136 lid 1 Fw2 kan een zaakscrediteur zijn vordering indienen voor het gehele bedrag dat hem op het moment van de faillietverklaring nog verschuldigd was. Wordt hij na de faillietverklaring deels voldaan, dan wordt hiermee geen rekening gehouden3 in die zin dat zijn vordering in het faillissement van de gewezen vennoot in privé voor het bedrag blijft meetellen waarvoor het is ingediend.4 Hij kan uiteraard niet meer ontvangen dan de totale hoogte van zijn vordering (zie ook art. 136 lid 1 Fw). Als een zaakscrediteur geen vordering indient in het faillissement van een vennoot of als hij tijdens dat faillissement voor het gehele bedrag waarvoor hij is opgekomen wordt voldaan door de overgebleven vennoten, dan kunnen de laatsten op grond van art. 136 lid 2 Fw regresvorderingen indienen in het faillissement voor zover zij meer hebben voldaan dan waartoe zij in hun onderlinge verhouding gehouden waren.