Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/3.3.3
3.3.3 Wanneer is sprake van onrechtmatigheid?
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS304091:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Spier/Hartlief (2015), p. 24.
Spier/Hartlief (2015), p. 37.
Spier/Hartlief (2015), p. 38.
Hartkamp (2005), p. 314.
Spier/Hartlief (2015), p. 31.
Hartkamp (2005), p. 317.
HR 9 januari 1981, NJ 1981, 227.
Van Andel (2006), p. 51.
Giesen (2005 a), p. 49.
Jansen, in: GS Onrechtmatige daad, artikel 162 lid 2, aantekening 86.1.
Tjong Tjin Tai (2006), p. 139, Van Dam (2000), p. 170, 172 en 338.
Tjong Tjin Tai (2006), p. 140.
Bijvoorbeeld: HR 13 oktober 2006, JOR 2006/296 (Vied’Or). Met betrekking tot aansprakelijkheid van andere beroepsbeoefenaren: aansprakelijkheid advocaat – HR 2 april 1982, NJ 1983, 367, (Smael/Moszkowicz) en aansprakelijkheid notaris – HR 7 december 1990, NJ 1991, 474).
Een rechtvaardigingsgrond betreft een grond die in een concreet geval de onrechtmatigheid van de gedraging wegneemt – Groene Serie Onrechtmatige daad, artikel 162 lid 2, aantekening 120.1.
Jansen, in: GS Onrechtmatige daad, artikel 162 lid 2, aantekening 120.3.
Volgens artikel 6:162 lid 2 BW worden als onrechtmatige daad aangemerkt:
een inbreuk op een recht
een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht
een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.1
Inbreuk op een recht
Men handelt onrechtmatig bij het inbreuk maken op een recht van een ander.2 Hiermee wordt gedoeld op iemand anders subjectieve recht. Dit kunnen persoonlijkheidsrechten of absolute vermogensrechten zijn.3 Van een inbreuk op iemand anders subjectieve recht is sprake in geval van ‘het verrichten van handelingen waartoe de rechthebbende met uitsluiting van anderen bevoegd is, of die hem belemmeren in de uitoefening van zijn recht of in het genot van het voorwerp van zijn recht’.4
Een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht
Indien met een gedraging een wettelijke plicht (norm) wordt geschonden, dan is de onrechtmatigheid van dit gedrag in beginsel gegeven.5 Dit betreft zowel verdragen als wetten in formele en materiële zin. Een wet in materiële zin is elk algemeen bindend, door het bevoegde gezag uitgevaardigd rechtsvoorschrift, zoals een AMvB of verordening.6 Dit onderdeel ziet ook op de voorwaarden waaronder een vergunning is verleend.7 Een doen of nalaten in strijd met regelgeving in de vorm van verordeningen (zie paragraaf 2.5.2 omtrent de status) en nadere voorschriften (zie paragraaf 2.5.3 omtrent de status) valt tevens onder deze categorie.
Bij aansprakelijkheid voor nalaten is sprake van een ‘niet-doen’ of ‘stilzitten’, in tegenstelling tot een actief ‘doen’ of ‘handelen’. Zoals aansprakelijkheid voor actief handelen (ook wel: ‘een doen’) een verplichting om iets niet te doen veronderstelt, zo veronderstelt aansprakelijkheid voor nalaten een verplichting om iets te doen.8
Opgemerkt wordt dat de grens tussen nalaten en doen niet scherp is en dat eenzelfde gedraging niet zelden als een doen en als een nalaten kan worden gekwalificeerd. Er is echter sprake van een grotere terughoudendheid in het aannemen van aansprakelijkheid voor nalaten dan in het aannemen van aansprakelijkheid voor een doen.9
Een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt
Indien deze categorie van toepassing is, gaat het om gedragingen in strijd met ongeschreven normen van maatschappelijke betamelijkheid. Deze ongeschreven normen worden, naar hun aard, ook wel aangeduid als ‘zorgvuldigheidsnormen’, terwijl het geheel van deze normen de ‘maatschappelijke zorgvuldigheid’ wordt genoemd.10 In de literatuur wordt in dit verband behalve over zorgvuldigheidsnormen ook gesproken over ‘zorgvuldigheid’, ‘zorg’ en/of ‘zorgplicht’.11 Deze termen worden vaak als inwisselbare begrippen gebruikt, ook in arresten van de Hoge Raad. De grens tussen de begrippen is vloeiend, al zijn de begrippen niet geheel identiek.12 In geval van aansprakelijkheid van de accountant zal het overgrote deel van deze zaken zien op een schending van deze categorie. Van aansprakelijkheid is alsdan sprake bij ‘handelen in strijd met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot kan worden verwacht’.13
Zoals in paragraaf 3.2.3 reeds opgemerkt is bij accountants, als gereglementeerde beroepsgroep, sprake van een bijzondere zorgplicht. Er worden alsdan hogere eisen gesteld aan de te betonen zorg, omdat de zorg gekleurd wordt door het maatschappelijk belang waar de accountant zorg voor draagt. Bij accountantsaansprakelijkheid zal vaak sprake zijn van een wisselwerking met de categorie ‘een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht’. Accountancy betreft immers een gereglementeerd beroep en zodoende kleurt ‘de wettelijke plicht’ de aansprakelijkheid.
Rechtvaardigingsgrond
De regel dat een handelen of nalaten als onrechtmatige daad kan worden aangemerkt indien sprake is van een van de drie hierboven genoemde onrechtmatigheidcategorieën, lijdt uitzondering indien er sprake is van een ‘rechtvaardigingsgrond’.14 Een rechtvaardigingsgrond doet de onrechtmatigheid volledig verdwijnen, zodat de aansprakelijkheid van de dader geheel wegvalt en voor een schadevergoeding geen plaats is.15