Het budgetrecht van het Nederlandse parlement
Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/6.2.6:6.2.6 Conclusie
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/6.2.6
6.2.6 Conclusie
Documentgegevens:
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om betekenisvol betrokken te zijn bij de besluitvorming over de begroting in het licht van het Europees economisch bestuur, is het van belang dat het parlement de inzet van zijn bevoegdheden bij de uitoefening van het budgetrecht afstemt op ten eerste de momenten en ten tweede de wijze waarop de besluitvorming plaatsvindt. Tijdigheid is daarbij een belangrijke factor.
De ontwerpbegroting zoals deze wordt gepresenteerd op Prinsjesdag wordt steeds meer in het licht van de in het voorjaar gepresenteerde plannen opgesteld. Dit geldt zowel voor de besluitvorming tot stand gekomen in Europees verband, in de vorm van EU-brede doelen, economische prioriteiten en de landenspecifieke aanbevelingen, als de besluitvorming tot stand gekomen op nationaal niveau, in het Stabiliteitsprogramma en het Nationaal Hervormingsprogramma. Daarom is het van belang dat het parlement ook in het voorjaar betrokken is bij de besluitvorming over de begrotingsplannen.
Dit betekent dat het tevens van belang is dat het parlement betrokken is bij zowel de besluitvorming in Europees verband als de implementatie van deze besluitvorming op nationaal niveau. In het kader van de besluitvorming in Europees verband is het parlement in het kader de ministeriele verantwoordelijkheid betrokken bij de besluitvorming in de Raad. De Tweede Kamer neemt hierbij een actievere rol aan dan de Eerste Kamer. De Commissierapporten worden voorzien van een kabinetsappreciatie en de Kamerleden kunnen desgewenst met de regering in debat treden over de inzet van de regering en de evaluaties en aanbevelingen van de Commissie. In de Tweede Kamer worden de Commissierapporten in ieder geval geagendeerd voor de Raadsvergaderingen waar deze worden besproken. Dit betekent dat de controle op de besluitvorming in Europees verband in de Tweede Kamer vooral plaatsvindt in het kader van de controle van de minister in de Raad, terwijl de Commissie een aanzienlijke rol speelt in het Europees Semester. Het parlement kan daarnaast ook direct in dialoog treden met de Commissie, zowel in het kader van de politieke dialoog als in het kader van het Two Pack. Tussen het parlement en de Commissie bestaat echter geen verantwoordingsrelatie. Wel is het van belang dat het parlement ook in de Commissiefase betrokken is bij de besluitvorming in Europees verband, omdat de besluitvorming zich concentreert in de fase van de Commissie en een interventie in deze fase effectiever is dan als er al een conceptbesluit ligt bij de Raad. Daarnaast krijgt de betrokkenheid van het parlement bij de besluitvorming in Europees verband ook vorm door de deelname aan de interparlementaire conferenties in het voorjaar en het najaar.
Betrokkenheid bij de implementatie van de besluitvorming in Europees verband vindt plaats door de betrokkenheid bij het Stabiliteitsprogramma en het Nationaal Hervormingsprogramma voordat deze naar de Commissie worden gestuurd. Beide Kamers bespreken deze programma’s met de verantwoordelijke ministers. Dit moment in het voorjaar is staande praktijk en de aanbieding van de programma’s aan de Kamers is ook in de Comptabiliteitswet 2016 opgenomen. De landenspecifieke aanbevelingen van de Commissie worden in de regel in de Tweede Kamer niet eigenstandig besproken in een plenair debat of overleg met de verantwoordelijke minister, zoals dat wel gebeurt met de in het voorjaar gepresenteerde programma’s. Het Ontwerpbegrotingsplan waarin de minister aan de Commissie rapporteert over hoe de landenspecifieke aanbevelingen zijn verwerkt in concrete nationale plannen wordt in samenhang met de Miljoenennota besproken. De regering rapporteert aan het parlement over de implementatie van de landenspecifieke aanbevelingen zoals vastgesteld door de Raad in de betreffende ontwerpbegrotingswetten. Ook in het jaarverslag wordt in de regel terugverwezen naar de landenspecifieke aanbevelingen.