Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/9.3.4.6:9.3.4.6 Tussenconclusie
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/9.3.4.6
9.3.4.6 Tussenconclusie
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648741:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het ontstaan van een vorderingsrecht op basis van een eenzijdige verklaring past niet in het Nederlandse vermogensrechtelijke systeem. Uitzonderingen zijn mogelijk, maar die moeten een wettelijke basis hebben. Is dat niet het geval, dan gaat de binding minder ver en is de binding niet wederkerig. Er is in dat geval in de regel sprake van een aanbod.
De regeling van artikel 2:403 BW resulteert in samenhang met de bepalingen inzake hoofdelijkheid zoals die sinds 1992 gelden in een merkwaardige rechtsfiguur binnen het Nederlandse recht. Onder de huidige regeling inzake hoofdelijke aansprakelijkheid wordt over het algemeen aangenomen dat sprake is van meerdere vorderingsrechten (evenveel vorderingsrechten als schuldenaren). Dat brengt met zich dat door het afleggen van een 403-verklaring eenzijdig vorderingsrechten worden geschapen die aan het vermogen van een derde worden toegevoegd. Dit druist in tegen fundamentele rechtsbeginselen zoals de partijautonomie.
Het probleem van het eenzijdig creëren van een vorderingsrecht is niet aan de orde geweest toen hoofdelijkheid in de Nederlandse vrijstellingsregeling is opgenomen. Dit thema is ook niet aan de orde geweest toen de inhoud van de rechtsfiguur hoofdelijkheid wijzigde met de invoering van het nieuwe Burgerlijk Wetboek in 1992. Mogelijk is sprake van een ontwerpfout.
De wilsrechttheorie ondervangt de merkwaardige situatie waarbij eenzijdig vorderingsrechten worden geschapen en aan het vermogen van een andere partij worden toegevoegd. De opvatting dat de 403-verklaring een aanbod inhoudt en een wilsrecht schept in plaats van een vorderingsrecht, is een juridisch verdedigbaar standpunt.