Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/2.7.1:2.7.1 Inleiding
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/2.7.1
2.7.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644937:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Aneignungsrecht heeft niet alleen betrekking op herrenlose Sache, maar kan ook betrekking hebben op zaken die aan iemand toebehoren. Door de toe-eigening maakt men de rechtsgevolgen van natrekking ongedaan. In elk wettelijk Wegnahmerecht ligt een Aneignungsrecht besloten. Een Wegnahmerecht bestaat uit twee onderdelen: het recht op afscheiding van het bestanddeel en het recht op toe-eigening daarvan. Het eerste onderdeel (afscheiding) heeft betrekking op de eenheidszaak. Het tweede onderdeel het zich toe-eigenen (Aneignungsrecht) op het afgescheiden bestanddeel. Het Wegnahmerecht, inclusief Aneignungsrecht, ontspringt uit de natrekkingsartikelen §946 en §947 BGB.1 Dit volgt ook uit de rechtspraak van het BGH. Een wegneemgerechtigde heeft immers niet het recht op toe-eigening ómdat hij een Wegnahmerecht heeft, maar omdat hij zijn zakelijk recht door de verbinding heeft verloren zonder dat daarvoor een rechtvaardigingsgrond was. Gezamenlijk beperken beide rechten de civiele onteigening (die expropriirende Wirkung der §§890 - 8922).