V-N 2026/8.4
Aftrekbaarheid collegegeld buitenlandse student als scholingsuitgave; samenhang van hoger beroepen proceskostenvergoeding
HR 06-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:84, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 februari 2026
- Magistraten
Van Eijsden, Feteris, Van der Voort Maarschalk
- Zaaknummer
24/03064
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD46083:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal procesrecht / Proceskostenvergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:84, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑02‑2026
- Wetingang
art. 6.40 lid 1-a Wet IB 2001
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat voor een betaling op grond van een toekomstige betalingsverplichting is vereist dat op het moment dat het collegegeld wordt overgemaakt een rechtsverhouding tussen partijen bestaat waaruit in de toekomst een betalingsverplichting ter zake van het collegegeld voortvloeit, en de overmaking naar de bedoeling van partijen ertoe strekt om van tevoren aan die verplichting te voldoen.
Samenvatting
X heeft de Indiase nationaliteit. De IND kent X een verblijfsvergunning toe voor een studie aan de TU Delft. Voor de aanvraag van de vergunning maakt X op 25 juni 2015 € 23.760 naar de universiteit over, bestaande ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.