Lokale democratische innovatie
Einde inhoudsopgave
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/10.5.3:10.5.3 Een kanttekening
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/10.5.3
10.5.3 Een kanttekening
Documentgegevens:
mr. drs. J. Westerweel , datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
mr. drs. J. Westerweel
- JCDI
JCDI:ADS248455:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bovenstaande werkwijzen zijn voorbeelden van hoe burgerbegrotingen eventueel bij het begrotingsproces betrokken kunnen worden. Het minst ingrijpend voor dat proces zijn de eerste en derde werkwijze. De tweede en vooral de vierde werkwijze vergen behoorlijke offers aan de kant van het gemeentebestuur. Gezien de inspanningen die vereist zijn, is het des te belangrijker nog één belangrijke kanttekening te plaatsen bij de betrokkenheid van burgerbegrotingen bij het begrotingsproces. In de begroting worden weliswaar middelen toegekend aan bepaald beleid, maar het is niet gebruikelijk dat dat beleid ook tijdens de begrotingsbehandeling voor het eerst geformuleerd wordt. De begroting is eerder een neerslag van langetermijnbeleid dat in andere documenten is vastgelegd, zoals raadsvisies, coalitieakkoorden en meerjarenramingen.1 Wat de Handreiking daarover zegt is typerend: ‘[d]e begroting in het najaar is in belangrijke mate de formalisering voor een jaar van de meerjarenbegroting’2. Uiteraard is het zo dat beleid dat bijvoorbeeld in het collegeprogramma is geformuleerd simpelweg niet kan worden uitgevoerd zonder dat daar in de begroting middelen voor worden vrijgemaakt, maar in de praktijk houdt de raad zich bij het toekennen van middelen aan de afspraken die in het collegeprogramma en andere documenten zijn gemaakt. Daarom is de begroting misschien niet het meest logische startpunt als men burgers invloed wil geven op het gemeentelijk beleid. Feit is namelijk dat de begroting als document waarin keuzes over het langetermijnbeleid van de gemeente worden gemaakt in de praktijk van ondergeschikt belang is ten opzichte van andere documenten. Daarbij geldt ook dat slechts een klein percentage van de middelen op de begroting ieder jaar vrij te besteden is doordat de gemeente aan wettelijke en lange termijn verplichtingen moet voldoen. Het is daarom feitelijk onmogelijk om van het ene op het andere jaar flink met middelen op de begroting te schuiven zonder dat bepaalde verplichtingen onder druk komen te staan. Deze overwegingen zouden moeten worden meegenomen bij de keuze om al dan niet een burgerbegroting te organiseren die men ook daadwerkelijk invloed wil geven.