De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board
Einde inhoudsopgave
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/V.5.4:V.5.4 Benoeming tot niet-uitvoerend bestuurder?
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/V.5.4
V.5.4 Benoeming tot niet-uitvoerend bestuurder?
Documentgegevens:
mr. N. Kreileman, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. N. Kreileman
- JCDI
JCDI:ADS242828:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Aldus ook Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/441; en Calkoen 2012, p. 377.
Idem Boschma e.a. 2018, p. 18; Croiset van Uchelen, TOP 2014/242; Huizink, GS Rechtspersonen, art. 2:129a/239a BW, aant. 5.5; Kersten 2018, p. 29; Van Olffen 2009, p. 44; Van Schilfgaarde, in zijn noot onder HR 6 januari 2011, NJ 2012, 336 (Imeko); en Schwarz & Van der Zanden, TvOB 2017, afl. 3, p. 92.
Zie § V.5.2.2.
Boschma e.a. 2018, p. 75 en 77. Zie hierover § VI.6.2.
Zie art. 51 lid 5 LVBA.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In § IV.2.1 stond ik stil bij de benoeming van de niet-uitvoerende bestuurder. Ik concludeerde dat bij de NV de algemene vergadering in de regel de uitvoerende of niet-uitvoerende hoedanigheid van de bestuurder vaststelt. Bij de BV ligt deze bevoegdheid op het bordje van degene die de bestuurder benoemt. In het kader van de taakverdeling is het relevant te bezien of rekening moet worden gehouden met de toekenning van de hoedanigheid. Het is evident dat de benoeming tot uitvoerend bestuurder de mogelijkheden tot taakverdeling beperkt. Zoals hiervoor al aan de orde kwam, kunnen bepaalde taken op grond van art. 2:129a/239a lid 1 BW niet aan uitvoerende bestuurders worden toegekend. Begrenst de benoeming tot niet-uitvoerend bestuurder tevens de mogelijkheden tot het verdelen van taken?
Het lijdt geen twijfel dat het niet de bedoeling is dat de niet-uitvoerende bestuurder hoofdzakelijk met uitvoerende taken wordt belast. De niet-uitvoerende bestuurder heeft niet voor niets de ‘niet-uitvoerende’ hoedanigheid gekregen.1 Dit wil evenwel niet zeggen dat de benoeming tot niet-uitvoerend bestuurder een begrenzing van de mogelijkheden tot taakverdeling behelst. Ik breng in herinnering dat de niet-uitvoerende bestuurder belast is met alle – uitvoerende en niet-uitvoerende – bestuurstaken wanneer in het geheel geen taakverdeling tot stand komt. Ook wanneer de taken wel worden verdeeld, staat de wet mijns inziens niet aan toebedeling van uitvoerende taken aan de niet-uitvoerende bestuurder in de weg.2 Of het wenselijk is dat de niet-uitvoerende bestuurder met uitvoerende taken wordt belast, is een andere vraag. De niet-uitvoerende bestuurder moet dan toezicht houden op zijn eigen taakuitoefening. Ik schreef eerder al dat dit adequaat en onafhankelijk toezicht niet ten goede komt.3
De opvatting dat de niet-uitvoerende bestuurder belast kan worden met uitvoerende taken, wordt gedeeld in de praktijk. Uit het evaluatieonderzoek van Boschma e.a. blijkt dat de voorzitter regelmatig vertegenwoordigingsbevoegd is.4 Op Aruba ligt dit anders. Uitvoerende taken en bevoegdheden die de wet aan het bestuur of een bestuurder toekent, rusten daar slechts op de uitvoerende bestuurders.5 Het is derhalve onmogelijk deze taken en bevoegdheden aan een niet-uitvoerend bestuurder op te dragen.